De polders in Rusland

In 1979 nam ik in Leningrad – nu weer Sint-Petersburg – in de toenmalige Sovjet-Unie deel aan een UNESCO-symposium betreffende 'Specific Aspects of Hydrological Computations for Water Projects'. Samen met een college had ik een artikel geschreven over ‘Hydrological computations in relation to the building of Almere’.

Het gebouw aan de oever van de Neva

Het gebouw aan de oever van de Neva waar het UNESCO-symposium in 1979 werd gehouden (foto Bart Schultz).

Alle rechten voorbehouden

Het artikel was geaccepteerd voor presentatie tijdens het symposium. Als je in die tijd als Rijksambtenaar voor het werk naar de Sovjet-Unie ging, moest je toestemming hebben van de afdeling Buitenland van het ministerie waar je bij werkte. Ik wilde ook van de gelegenheid gebruik maken om de polders in de omgeving van Leningrad te bezoeken. Dat moest via het ministerie van Buitenlandse Zaken worden aangevraagd. Ik diende mijn aanvraag negen maanden vóór mijn vertrek in. Enkele dagen vóór vertrek kreeg ik toestemming voor een bezoek. Na aankomst bij het symposium in Leningrad liet ik aan de organisatoren direct de brief over het bezoek zien. Ze zouden het bekijken en een gesprek erover regelen.

Ik neem deel aan het symposium en presenteer ons artikel onder het toeziend oog van Lenin. Toch wel een aparte ervaring. Ik krijg de mededeling dat ik op de voorlaatste dag van het symposium met enkele bij de polders betrokken mensen kan spreken. Het gesprek verloopt vriendelijk en mij wordt verteld dat er inderdaad polders in de omgeving van Leningrad liggen en dat het landbouwpolders zijn. Kaarten worden niet getoond, want in die tijd behoorden in de Oostbloklanden kaarten tot geheim materiaal. Ik heb dat later ook in Roemenië meegemaakt, maar daar lieten ze de kaarten wel zien en mochten we ze fotograferen.

Aan het eind van het gesprek vraag ik hoe we gaan kijken. Mij wordt verteld dat ze ongeveer tweehonderd kilometer van Leningrad liggen en dat ze een bezoek niet konden regelen. Mijn aanvraag was dus eigenlijk tevergeefs geweest.

In 1992, na de politieke omwentelingen van de late jaren tachtig, ben ik in Moskou geweest. Er bestond een soort samenwerking tussen Russische en Nederlandse stedenbouwkundigen, waarbij de voormalige directeur van het Projektburo Almere van  de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders, Dirk Frieling, betrokken was. We zouden met Russische stedenbouwkundigen spreken over stadsontwikkeling in Rusland na de omwenteling. Het werd een interessant bezoek.

Ik sprak samen met een medewerker van Gemeentewerken Amsterdam met de Russische collega’s die betrokken waren bij de ontwikkeling van water en infrastructuur in en rond Moskou, maar ook elders in Rusland. Ze vertelden ons dat ze na de politieke omwenteling eigenlijk zoveel mogelijk van de hoge flats af wilden, en meer vrijstaande woningen wilden bouwen, want Rusland was erg groot en had veel ruimte. Ze hadden een stadsuitbreiding van Moskou ontworpen met kavels van gemiddeld 1.500 vierkante meter per woning.

Wij vonden dat veel te groot en we hebben een hele discussie gehad dat dit onbetaalbaar zou worden in verband met de grote lengte aan publieke en nutsvoorzieningen per woning. Pas nadat we op basis van de lokaal geldende eenheidsprijzen een globale begroting voor ze gemaakt hadden ontstond er begrip en zouden ze de plannen op een meer solide financiële basis aanpassen.

Een ander interessant punt van discussie was dat tot dan toe vanuit Moskou de nieuwe stedelijke ontwikkelingen in Rusland altijd op basis van min of meer gemiddelde omstandigheden werden ontworpen. Dat gebeurde ook langs de rivieren, en dat zijn er nogal wat in Rusland. Ze hadden dan ook regelmatig te maken met overstromingen. Nu kwamen de polders in beeld en dat moeten er ook nogal wat zijn. We hebben toen een hele discussie gehad welk veiligheidsniveau je voor stedelijke ontwikkeling in overstroombare gebieden zou moeten hanteren.

Ik ben eigenlijk wel benieuwd wat ze daar uiteindelijk mee gedaan hebben, want daar ben ik nog niet goed achter gekomen. Wel is mij later gebleken dat in het door de Groep Polderontwikkeling van TU Delft in 1982 gemaakte Polder Compendium een kaartje zit met de polders en voorgestelde polders in de voormalige Sovjet-Unie. Het kaartje is van vrij slechte kwaliteit, maar ik heb er toch de locaties uit kunnen halen waar deze polders moeten liggen. Ook wordt een totale oppervlakte van ruim 175.000 hectare vermeld, bijna twee keer de polder Flevoland. Het lijkt me dat de werkelijke oppervlakte aanzienlijk meer moet zijn. Ik hoop dat ik daar nog eens achter kom.

Hoewel niet direct in een polder heeft Sint-Petersburg zelf door de jaren heen regelmatig te maken gehad met overstromingen door opwaaiing vanuit de Oostzee en gestremde afvoer van de Neva, die door het hart van de stad stroomt. In 2011 is een 25 kilometer lange dam gereed gekomen die Sint Petersburg beschermt tegen de overstromingen. Na de Saemangeum-dam in Zuid-Korea – 33 kilometer - en onze Afsluitdijk – 32 kilometer is dit wellicht de derde dam in lengte langs een kust. Ik blijf de ontwikkelingen voor zover mogelijk met belangstelling volgen.

Alle rechten voorbehouden

Media