Een hofje in de Gondel
Een hoofdstuk uit het boek 'Lelystad' van Joris van Casteren.
In september 2008 verscheen bij uitgeverij Prometheus in Amsterdam het boek 'Lelystad' van Joris van Casteren. Nieuw Land mocht een hoofdstuk publiceren. Het boek is verkrijgbaar in de winkel van Nieuw Land en bij de plaatselijke boekhandel.
Op dinsdag 9 december was Joris van Casteren, auteur van het spraakmakende boek ‘Lelystad' te gast. Zie tinyurl.com/5onso7
Beluister hier fragmenten uit de lezing van Joris van Casteren:
Een bruine in de tuin
Onze systeemwoning in de Gondel was van witte baksteen. Er stond een oranje puntdak op dat doorliep tot vlak boven de grond. Door dat puntdak hadden bijna alle kamers in het huis schuine muren. Ook de ramen liepen schuin af. Het was lastig om gordijnen op te hangen.
Deze vreemde rijtjeshuizen stonden in een hofje dat met nummer 34 werd aangeduid. Auto’s konden niet bij de huizen komen, die moesten vooraan op een parkeerplaats
blijven staan.
Om variatie in de eenvormige woningen aan te brengen versierden bewoners hun gevels met frivole objecten: hoefijzers, wagenwielen of beschilderde klompen met bloemetjes erin. De een legde een recht voetpad in zijn voortuin aan, de ander gebruikte brokken lavasteen.
Voor ons huis was een vierkant pleintje met een klimrek. Onder het klimrek lagen rubberen tegels. Er stonden twee jongens op het pleintje. De een had een bril, de ander zwarte krullen. Ze keken hoe wij onze spullen van de parkeerplaats naar het huis tilden.
Ik kreeg een kamer aan de achterkant. De muur was schuin en het raam was schuin. Zonlicht viel in vreemde vlakken binnen. Als ik uit het raam keek, zag ik een fietspad, een grasveld, rozenbottelstruiken, een verzamelplaats voor rolcontainers en de parkeerplaats van het hofje aan de overzijde.
Mijn vader hielp ons verhuizen. In een werkoverall zat hij op zijn knieën op de betonnen vloer. Hij legde wit nopjeszeil in mijn kamer en timmerde een degelijk bureau
in elkaar. De nieuwe vriendin van mijn moeder hielp ook met verhuizen. Ze heette Gemma. Ze had grijs haar, zware borsten en een bril met een touwtje. ‘Jongens,
jongens,’ zei ze als ze iets zwaars tilde.
Mijn moeder was Gemma tegengekomen in het vrouwentrefcentrum toen het uitging met Jacobien Borst. Gemma reed in een deux-chevaux en droeg vaak een rieten mandje. In het rieten mandje zaten kaas en melk, die ze kocht bij het Nationaal Geiten Centrum, een biologische geitenboerderij aan de rand van Lelystad.
Gemma woonde in een goede buurt in het oosten van de stad. Ze was van haar man gescheiden toen ze ontdekte dat ze op vrouwen viel. Na de scheiding stierf de man aan een longkwaal. Mijn vader vond het niet raar dat mijn moeder een relatie met een vrouw had. ‘Ik heb daar niet echt een oordeel over,’ zei hij op een keer tegen mij.
Mijn broertje en ik gingen met de jongens op het pleintje praten. ‘Heeft je vader twee vrouwen?’ vroegen ze. We legden uit dat onze ouders gescheiden waren en dat mijn vader ons kwam helpen. De vrouw was ‘iemand’ die mijn moeder kende.
De jongen met de zwarte krullen heette Bart Konijn. Hij was met zijn ouders uit Amsterdam gekomen. Ze woonden in een volksbuurt, maar daar werd het ze te duur. In Lelystad waren goedkope huurhuizen met een tuintje. De vader van Bart Konijn was elektricien. Met een busje reed hij elke dag op en neer naar Amsterdam. Meneer Konijn was een kleine man die mompelend sprak.
Mevrouw Konijn deed het huishouden. Ze was klein en mollig en had roodgeverfde krulletjes. In de huiskamer van de familie Konijn rook het naar luchtverfrissers, de hele dag stond er een grote kleurentelevisie aan. Er lag een gehaakt kleedje op die televisie. Als ik langsliep, zag ik mevrouw Konijn met een stofdoek in de vensterbank porseleinen beeldjes afnemen. In het weekeinde snoeide meneer Konijn de heg met een elektrische schaar.
De jongen met de bril heette Jason Dekker. Je sprak het uit als ‘Djeeson’. Jason had een oudere broer: Brian (‘Brei-jun’). Iedereen had ontzag voor Brian. Hij verdiende
geld, terwijl wij een gulden zakgeld in de week kregen. Brian was op jonge leeftijd van school gegaan. Hij werkte in de Martinair-fabriek, een van de weinige bedrijven die overleefden op het Lelystadse industrieterrein. Bij Martinair stond Brian aan de lopende band. Hij legde takjes peterselie op huzarenslaatjes.
Brian droeg trainingspakken en sportschoenen met luchtzolen. Hij had gel in zijn haren en een gouden schakelketting om zijn nek. Hij was de eerste met een cd-speler. Zijn kamer zat op dezelfde plek als mijn kamer, op de schuine muur had hij spiegeltjes geplakt. Aan het plafond hingen een paarse tl-buis en een discobol, op een gefineerd kastje stonden racewagentjes en flesjes aftershave.
Een paar keer per week fietste Brian op zijn sportfiets met handremmen naar een videotheek waar je top 40- cd’s kon huren. Thuis nam hij de top 40-cd’s over op cassettebandjes. Daarna liep hij met een walkman over straat. In zijn trainingspak en op zijn sportschoenen met luchtzolen struinde hij in trance door onze wijk. Meestal ging hij naar de snackbar bij de buurtsupermarkt. Daar bestelde hij een patatje oorlog.
Op ons vierkante pleintje at hij zijn patatje oorlog op. Het was een voorrecht als je de koptelefoon even opkreeg, nog warm van zijn oren, geurend naar gel, en de synthesizerklanken en drumcomputerroffels door je hoofd stroomden. Het kon ook gebeuren dat Brian je uit het niets een karatetrap in je rug gaf. Het was dan zaak om lachend overeind te krabbelen.
De moeder van Jason en Brian had een tijdje strippenkaarten verkocht op het busstation in winkelcentrum De Gordiaan. Daar kon ze de spanning niet aan. Als ik aanklopte, zag ik haar in de steriele huiskamer met grijs tapijt op de crèmekleurige bank zitten. Ze bladerde door de leesmap die eens per week werd bezorgd. Wat meneer Dekker deed, wist niemand. Na een paar jaar ging hij er met een andere vrouw vandoor.
Op de hoek van ons rijtje woonde Richard Rook. Zijn moeder zat de hele dag thuis. Ze rookte mentholsigaretten en maakte de wc schoon met chloor. Als ik aanbelde deed ze open met roze rubberen handschoenen aan. De vader van Richard Rook, een lijvige Amsterdammer met zonnebril, werkte bij ongediertebestrijdingsdienst Rentokil.
Hij parkeerde zijn Rentokil-bus met bestrijdingsmiddelen op het lapje gras naast zijn huis. Als de politie kwam, schold hij ze de huid vol.
Jarenlang voerde meneer Rook verbeten strijd met de overburen. Die hadden een verlamd kind dat de trap niet op kon. Ze wilden de schuur uitbouwen tot kinderkamer.
‘Dan kijk ik godverdomme tegen een blinde muur aan,’ zei meneer Rook. Ter compensatie eiste hij bij de woningbouwvereniging een extra raam, dat er uiteindelijk kwam.
Richard Rook beschikte over een verbluffende hoeveelheid soldaatjes, tanks en ander plastic oorlogstuig. Hij rende in een camouflagepak door de rozenbottelbosjes,
een speelgoedgeweer in de aanslag. Als er een fietser passeerde, sprong hij denkbeeldig vurend tevoorschijn, een stotterend geluid voortbrengend. Elke zomer ging de familie Rook met het vliegtuig naar Mallorca. Ze kochten dan taxfree spullen.
Als ik Richard Rook ophaalde, ging ik in de gang direct rechtsaf de trap op. De huizen waren allemaal hetzelfde, het was nooit moeilijk om de weg te vinden. In het voorbijgaan wierp ik een blik in de huiskamer, waar een dichte shagnevel hing. Meneer Rook keek vanuit een zware eikenhouten leunstoel naar de televisie.
Boven speelde Richard Rook een oorlogsspel op zijn Commodore 64. Vloekend wrikte hij de joystick op en neer. ‘Ik duld geen tegenspraak!’ riep hij tegen een figuurtje op het scherm. Na een tijdje kwam mevrouw Rook boven met een glaasje cola en een plankje leverworst.
Naast de familie Rook woonden een kreupele vrouw en een dunne man met droevige ogen. Hij had een geelbruine snor waar de hele dag rook doorheen trok van een shaggie dat aan zijn onderlip kleefde.
Hun voortuin was afgebakend met hoge hekken waar twee valse rottweilers tegenop sprongen. Op het hek was een bordje bevestigd. **don’t mind the dogs, beware
of the owner** stond erop. Vanuit het slaapkamerraam
beklaagde de moeder van Richard Rook met haar roze schoonmaakhandschoenen zich over de beesten. Die ‘teringhonden’ moesten hun bek houden.
De dunne man met de droevige ogen had geen baan. Hij hielp zijn kreupele vrouw in en uit een elektrisch karretje en liet de rottweilers uit. Hij kon de gespierde beesten nauwelijks houden; als een waterskiër gleed hij achter ze aan.
Naast de dunne man en zijn kreupele vrouw woonden onze buren. Met hen deelden wij de schuine kap. De buurman zat in het leger. Zijn vrouw Belinda was vaak in de achtertuin. Vanuit mijn raam keek ik naar haar. Ze hing de was op aan een droogmolen.
De buren aan de andere kant heetten Hans en Jolanda. Hans werd door iedereen ‘Hansie’ genoemd. Ze kwamen uit Amsterdam en hadden twee kleine kinderen: Quinsey en Esmeralda. Quinsey en Esmeralda gingen met een busje naar een speciale school. De chauffeur van het busje liep elke ochtend ons hofje in en tikte met zijn zegelring tegen het raam.
Als het warm was, had Jolanda een roze minirok aan. Als het koud was, droeg ze een mintgroene legging met hakken eronder. Hansie had een snorretje en tatoeages op zijn armen. Hun slaapkamer was aan de voorkant. Als we op zaterdagochtend op het pleintje stonden, hoorden we Hansie en Jolanda in hun krakende bed tekeergaan.
Op een keer belandde een bal in hun verwilderde voortuin. Hansie en Jolanda stormden naar buiten. Een Surinaamse vriend van Jason raapte juist de bal tussen de distels vandaan. ‘Een bruine in de tuin,’ riep Jolanda. ‘Hansie, er zit een bruine in de tuin.’
Naast Hansie en Jolanda woonde Mario met zijn vrouw Adèle. Mario was buschauffeur. Vijf dagen in de week doorkruiste hij in een kanariegele stadsbus de Lelystadse
wijken. Als hij thuiskwam in zijn donkerblauwe uniform, om zijn schouder een zware diensttas met een speciaal vakje voor zijn stempel, maakte hij een praatje op het pleintje.
Mario vertelde ons dat er een ‘geil wijf’ met ‘dikke tieten’ bij de bushalte had gestaan. Het geile wijf vroeg of hij naar het centrum ging. Mario keek naar haar tieten en zei: ‘Moeten Knabbel en Babbel ook mee?’
Op een dag sneed Adèle haar polsen door, terwijl Mario nietsvermoedend zijn rondje reed. Een ziekenauto wilde ons hofje in, maar dat ging niet vanwege de paaltjes.
Ziekenbroeders renden met een brancard langs het klimrek met rubberen tegels. Adèle bracht maanden door in Veldwijk, een psychiatrische inrichting in Ermelo, die steeds meer mensen uit Lelystad te verwerken kreeg.
Naast Mario woonden Jason en Brian. Hun huis zat weer vast aan het hoekhuis waar ons rijtje mee eindigde. In dat hoekhuis woonde een schilder. Meestal had hij een broek met verfvlekken aan. Vanaf oktober kon je vuurwerk bij hem kopen.
Aan het begin van het hofje woonden Peter en Janus Pothoven met hun moeder. Hun voortuin was door onkruid overwoekerd. In de achtertuin had Janus geprobeerd
een vijver te maken door een kuil te graven en er een vuilniszak in te leggen. Hij deed er water bij en schepte wat voorntjes uit de sloot. Het water verdween en buurtkatten gingen er met de vissen vandoor.
Binnen struikelde je over losse stukken vloerbedekking. Voor een zwart-wittelevisie met antenne stonden gescheurde banken zonder kussens. Langs de muur lag een ingestorte kast. De eettafel was bedolven onder stapels ongeopende enveloppen. Blaffend achtervolgden drie dalmatiërs elkaar door het huis. Soms klemde het mannetje zich om het been van de bezoeker om dat hijgend, met zijn tong uit de bek, te berijden.
De moeder van Peter en Janus was in de steek gelaten door haar man. Die was in Lelystad godsdienstwaanzinnig geworden en hertrouwd met een strenge evangeliste.
Als Peter en Janus bij hun vader op bezoek gingen, kregen ze hel en verdoemenis over zich uitgestort. Na de scheiding had hun moeder de dalmatiërs gekocht, ’s nachts sliepen de honden bij haar in bed.
Ze werkte als secretaresse op het Provinciehuis, een groot bakstenen gebouw dat naast de overwoekerde spoordijk verrees toen Flevoland in 1985 een provincie werd. Peter en Janus moesten de dalmatiërs uitlaten zodra ze uit school kwamen.
Als we op het pleintje stonden, zagen we Peter of Janus met de urinerende dalmatiërs richting parkeerplaats gaan. Daar stonden de twee paaltjes waar de honden een paar keer nalekkend omheen werden gejaagd. Meestal vergaten Peter en Janus de honden uit te laten, op de stukken vloerbedekking in de huiskamer verteerden uitwerpselen.
Op het pleintje vertelden Bart, Jason en Richard over tekenfilmseries die ze gezien hadden op Sky Channel, dat wij niet konden ontvangen. Ze waren lyrisch over een figuur met uitschuifbare armen en auto’s die in robots konden veranderen.
Meestal speelden we blikkietrap. Je schopte een bal weg en verstopte je. Als ik Gemma met haar rieten mandje aan zag komen, schopte ik de bal zo hard mogelijk
de andere kant op. Jason had het in de gaten. ‘Die vrouw is wel vaak bij je moeder,’ zei hij. Soms klom hij in de dunne boom die voor ons huis stond. Hij keek door de keuken de woonkamer in om te zien wat er binnen gebeurde. ‘Ze zitten naast elkaar op de bank,’ zei hij.
Als wij buiten waren, kwam Kees ook naar buiten. Kees was een oudere man die bij de Rijksdienst had gewerkt. Er werd gezegd dat hij overspannen was geraakt toen Lelystad een gemeente werd. Zijn taken had hij af moeten staan aan een gemeenteambtenaar. Kees had de keurigste tuin van het hofje.
‘Dit pleintje is niet ontworpen om op te voetballen!’ tierde hij. Als we op de parkeerplaats waren, riep hij: ‘Jullie beschadigen de auto’s met die bal!’ Op het grasveld naast de parkeerplaats mochten we ook niet komen van hem. ‘Jullie vernielen het gras.’ Toen we op een keer een crossbaan aanlegden, kwam er op zijn initiatief een bulldozertje dat alles platwalste.
Een tijdje vermaakten we ons op een bouwplaats in de buurt. Daar heerste chaos, er lag rommel en nergens stonden hekken. Na een tijdje was de bouwplaats veranderd
in een volgende nieuwbouwbuurt.
’s Zomers fietsten we naar de dijk. Het IJsselmeerwater sloeg tegen de basaltblokken, meeuwen vlogen om de televisietoren heen. Bart Konijn deed een stripfiguur van Sky Channel na, Richard Rook probeerde Janus Pothoven het water in te duwen. In de verte kwam Brian aangefietst. ‘Hé man, je hebt mijn schoenen aan,’ zei hij tegen Jason. We keken naar de sportschoenen met luchtzolen aan Jasons voeten. Brian zei dat hij ze uit moest doen, hij ging met een meisje naar de bioscoop. Daar draaide een film met Bud Spencer. Op zijn sokken fietste Jason met ons naar huis terug.
De gemeente vond dat buren beter met elkaar moesten omgaan. ‘Sociale opbouw is typisch iets waar de Rijksdienst aan voorbij is gegaan,’ zei een wethouder in de krant. Die zomer werden in alle hofjes bankjes neergezet. Het bankje van ons hofje kwam precies bij onze voortuin.
De moeder van Richard Rook en zijn oudere zus Monique gingen er als eersten op zitten. Zodra de zon scheen, zaten ze er. Aan het einde van de dag parkeerde
de vader van Richard Rook zijn Rentokil-wagen in het openbaar groen. Met een blik bier nam hij naast de vrouwen plaats. Hansie en Jolanda kwamen ook op het bankje af, ze raakten bevriend met de familie Rook.
In de zomer sleepten Hansie en de vader van Richard Rook kratjes pils naar buiten. Rond het bankje werd tuinmeubilair opgesteld, vrienden en kennissen stroomden toe. Met haar rieten mandje vol biologische geitenkaas durfde Gemma er niet goed langs. ‘Lesbische pot,’ riepen ze op een keer.
Rond zes uur ging de barbecue aan. De blauwe vleesrook steeg langs ons huis omhoog en vulde de slaapkamer van mijn moeder, die net als veel andere vrouwen van het vrouwentrefcentrum vegetariër was geworden.
Op een van de barbecueavonden werd Hansie verliefd op Monique, de zus van Richard Rook. Monique woonde in 28, het hofje waar ik vanuit mijn slaapkamer op uitkeek. Nog diezelfde maand trok Hansie bij haar in.
Als Hansie in de keuken van zijn nieuwe huis stond, kon hij zijn ex-vrouw in de achtertuin zien staan. Vaak klommen Quinsey en Esmeralda op de schutting om naar hem te zwaaien. Hansie zwaaide niet terug, hij wilde niks meer met zijn kinderen te maken hebben.
Intussen bleef de familie Rook op het bankje zitten. Hansie zat er ook weer bij, naast zijn nieuwe liefde. Soms kwam Jolanda langs op haar fiets, zware boodschappentassen
aan het stuur. De familie Rook grinnikte en Hansie keek de andere kant op.
Na een tijdje had Jolanda een nieuwe vriend, Johnny, die cowboylaarzen droeg. Hij had een zwakzinnige broer. Samen trokken ze bij Jolanda in. Aan het einde van die zomer hield Johnny het niet meer. Midden in de nacht ging hij stomdronken naar buiten. Hij goot een blik benzine over het bankje en stak het in brand. Later verwijderden gemeentewerkers de restanten.
Hansie wist dat Johnny het had gedaan. De volgende nacht gooide hij vanuit zijn voortuin eieren naar zijn vroegere huis. Enkele eieren kwamen bij ons in de tuin terecht, op de aardbeienplantjes van mijn moeder. Een paar dagen later trouwden Johnny en Jolanda. Met een geleende auto reden ze naar het stadhuis, de zwakzinnige
broer had een pak aan.
Die nacht werd ik wakker van een hoop gegil. Ik schoof het vernuftig door mijn vader geconstrueerde gordijn opzij en zag Johnny in een gestreepte onderbroek door de tuin rennen. ‘Blijf nou hier,’ riep Jolanda. Ze droeg een badjas van imitatiesatijn en probeerde haar kersverse echtgenoot bij de enkels te grijpen.
Johnny klom over de schutting, stak het fietspad over en rende door de rozenbottelstruiken. Er klonk gerinkel, bij Hansie sneuvelden de ramen. Even later stonden er politieauto’s op de parkeerplaats. Overal gingen lichten aan en ramen open. In zijn onderbroek werd Johnny ingerekend. ‘Bruidegom brengt huwelijksnacht in cel door,’ meldde het huis-aan-huisblad een paar dagen later.
Bron: Joris van Casteren, Lelystad (Amsterdam : Prometheus, 2008) ISBN 978 90 446 1217 2. Gratis voorpublicatie, p. 3-14.
Reacties (75)
Herkenning
Wat een mooie treurigheid.
waar kan ik dit bestellen?
geweldig boek, kan niet anders!!!
Geenstijl
smile je staat op Geenstijl
goed stukje trouwens
Lelijkstad
*zucht* ik herken iets teveel van dit alles. Ik heb er tot aan mn 23e gewoond, maar Lelystad is echt de aller- aller- állerpoepste stad die er ooit was. :(
Lelystedeling meldt zich
Negentien jaar geleden geboren in Lelystad. Heb er veertien jaar gewoond en ik moet zeggen dat de sfeer die hier neergezet wordt echt herkenbaar is, schitterend. Een goede vriend van mij (ooit amsterdammer, laatste tien jaar lelystedeling) heeft laatst zelfmoord gepleegd. Ben op de crematie geweest, (crematorium lelystad, waar ik als middelbare schoolleerling nog een rondleiding heb gehad en het allemaal superinteressant vond) en eigenlijk realiseerde ik me toen pas dat Lelystad een heel akelige stad is. Sinds ik verhuisd ben ga ik er heel af en toe nog eens heen, voor vrienden (en de weduwe van eerder genoemde) en het is en blijft een mistroostige stad zonder karakter, en het wordt alleen maar erger voor mijn gevoel.
Ik zou ook graag weten waar ik dit boek kan bestellen.
Lachen
Schitterend om te lezen hoe de onderlaag van de samenleving er maar op los leeft. Mooi boekje lijkt me.
Heel filmisch
Prachtige treurigheid, dat gaat verfilmd worden, zeker weten. Dat boekje ga ik absoluut lezen, de ellendige leegheid van het bestaan druipt ervan af. Zo herkenbaar, weg daar, als je nog enige intellectuele ambitie hebt!!!
(dank aan GS/ BBrussen voor de tip)
Waar!
Mijn opa en oma woonden in Lelystad en ik logeerde daar wel eens.
Het klopt allemaal wat je schrijft....de sfeer, de treurigheid, de truttigheid!
Kopen dat boekkie.
Nederland
je observerende houding is voldoende, dit kun je blijven doen in vervolg-verhalen, stijl kan wel iets minder sober en let op overgangen.
in nederland observerend beschrijven leidt al gauw tot een sfeer van treurigheid
De avonden
Het lijkt de avonden wel, zo'n mistroostigheid en verveling etc.
Wat een treurnis
Prachtig geschreven, maar je raakt er wel depressief van.
kutstuk
Goed geschreven, Lelystad kutstad
Juist
Lucas, laat me even weten wanneer jouw eerste boek verschijnt.
Ik heb Lelystad gelezen en kan het iedereen aanraden. Essentieel boek voor dertigers.
GS bewoners
Zo herkenbaar allemaal. Allemaal GeenStijl lezers daar. Wat mot eens anders nietwaar?
ALmere
En nu een versie over Almere haha
3 groepen
Je hebt drie groepen Nederlanders: normale mensen (in de Randstad), boeren (in het oost'n van ut land) en Flevolanders. Die laatste groep kende ik niet zo. Nu wel, dankzij het boek van Joris van Casteren.
Fijne passage!
Met veel genot heb ik dit veel te korte stukje gelezen. Ik wil het zeer zeker gaan bestellen. Ik ruik een verfilming, tragisch-comedy, wellicht in de stijl van 'De Helaasheid Der Dingen' van onze zuiderburen. Daar deed dit me sterk aan denken.
mooi werk
mooi werk
Het kan altijd nog erger
Dit is allemaal nog heel braaf en netjes vergeleken bij de Poelven in Castricum.
Lelystad
Humm woon er niet lang maar herken het beeld niet. Overal waar je komt zijn mensen vriendelijk je word altijd gegroet of je nu bij de bushalte staat of langs iemands tuin loopt. Wel zijn de mensen terug getrokken het is leven en laten leven niemand bemoeid zich met je. Buren die je wel een trapje lenen als je het nodig hebt. Nee zover ik kan oordelen is dit beeld niet helemaal waar. Almere dat is pas een zooitje wit en bierblikjes in de bus niemand die je groet. Nee doe mij maar Lelystad
Ach och…
Joris schrijft over een situatie van 25 jaar geleden. En in die zin is het herkenbaar, maar de situatie is nu volkomen anders.
Het was elders ook niet veel anders. Ik ben geboren en getogen in de Jordaan (Amsterdam) aan de Lauriergracht. Daar was het zonder twijfel nog veel erger qua intriges, asocialen en buren rumoer. Zou er ook een boek over kunnen schrijven.
Later naar Amsterdam West verhuis. Hetzelfde laken en pak. Nog gewoond in Zuid-Oost. Nog meer ellende. Amsterdam Oost was ook al niet veel beter. Oud-West was helemaal een drama. Ook nog in Veenendaal gewoond. Ook niet veel beter.
Wij zijn circa 20 jaar geleden komen wonen in Lelystad en toen was het echt een spookstad. Mens, wat hebben we de eerste jaren spijt gehad van onze keuze om naar Lelystad te verhuizen. Het was vergeven van de junks en de criminaliteit rees de pan uit. In die tijd werd er kort na elkaar twee keer bij ons ingebroken. Ook niet iets om vrolijk van te worden.
Lelystad is sinds die tijd met rasse schreden vooruitgegaan. Het heeft een heuse transformatie ondergaan. En dat proces is nog lang niet op z'n einde. Het winkelcentrum de Gordiaan pakt men nu stukje bij beetje helemaal aan. De nieuwbouw is keurig en heel mooi te noemen. En er zijn prachtige wijken bijgekomen.
De schouw, één van de slechte wijken, is totaal verdwenen en heeft plaatsgemaakt voor prachtige nieuwbouw. Veel wijken zijn inmiddels totaal gerenoveerd. De Wold en de Kamp herken je gewoon niet meer terug. De Kempenaar is ronduit prachtig te noemen. Ook de voormalige Waterwijk is volledig getransformeerd naar een prachtige wijk.
We wonen nu in een keurige wijk en wonen er rustig en tevreden. Ik ben dan ook van mening dat de mensen die zo negatief berichten een karikatuur van Lelystad maken. Misschien was het ooit het afvoerputje van Nederland, maar die tijd is al heel lang voorbij. Maar kijk nu eens naar de buitenwijken van Amsterdam, Rotterdam, geheel Utrecht, enzovoort. Je woont dan gewoon in klein Marokko of groot Turkije.
Gelukkig trekken de mensen die Lelystad zo deprimerend maakten en zoeken naar 'intellectuele ambitie' en meer van dat soort nonsens, en zelf geen flikker bijdragen aan de leefbaarheid in Lelystad langzaam maar zeker weg.
Wij zijn gelukkige Lelystedelingen.
Jah
Geweldige beschrijving. Als het truttigheid en kortzichtigheid troef is in Lelystad, ben ik blij dat dit plebs daar opmekaar zit. Lekker houden zo.
Achteruitgang vind nog dagelijks plaats.
Ik ben geboren en getogen in Lelystad. Maar trots hierop ben ik niet.
De verpaupering is begonnen sinds dat de stad is gebouwd.
Geweldige passage waarin ik me totaal in kan vinden.
Volwassen worden doet altijd zeer...
Willen ze je hiervoor voor het gerecht slepen? Weinig kans! Dit is de vrijheid van het schrijverschap. Zo kan iemand ook zijn/haar (eigen) beleving vertellen over een oorlog die hij of zij heeft meegemaakt. Zo hebben we allemaal in onze jeugd dingen meegemaakt met vriendjes/vriendinnetjes in de buurt, of elders waar wat te beleven viel. Het is, en geeft al aan, een teken dat er nog steeds niets veranderd is en ook nooit zal veranderen, daar de meeste mensen(het gros) ook in dit soort doorzon-wijken wonen. Dit hoort bij het leven en is daar primair onderdeel van. Kun je hier niet tegen?, dan moet je, met al je bewustzijn?, of nooit in zo’n wijk gaan wonen(maar op een eiland), of nooit iemand binnenlaten die uit de straat/buurt komt. Dit laatste lijkt me geen optie?, als je niet (verder) wilt vervreemden van je medemens. Wellicht geeft ’t hiermee wel aan hoe vervreemd we al zijn geraakt van elkaar…? En waar onze eigen tolerantiegrenzen liggen, dan wel wanneer deze bereikt is/zijn? En daar dan 25/30 later nog op terug willen komen door middel van een (mogelijk aangespannen) proces is eigenlijk al Hilarisch te noemen. Je vraagt je veeleer af: Waar we nog ‘met elkaar’ heen willen in dit land(en de wereld)…?
Veel succes gewenst Joris! ..Met jou (verdere) schrijven.
Precies zoals ik me Lelystad altijd voorstel
De treurigheid der dingen :-)
Goed geschreven
Waar kan ik dit bestellen?
Lelygat
Lijkt me een geweldig boek! Heb 4 jaar in het trieste Lelygat gewerkt en kan niks anders doen dan het bevestigen van wat ik hier lees. Sfeerloze stad zonder ziel, vol tokkies en smakeloze huizen en winkels... De mooiste plek van Lelygat blijft toch het station of de oprit naar de A6 daar begint de weg naar de normale wereld...
Lelijkstad
Prachtig geschreven en ik krijg hier een goeie voorstelling van, maar dit zijn indd verhalen van 20jaar geleden. Het is in de tijd al een heel stuk beter geworden, woon er nu zelf al 20jaar, en alle wijken zijn behoorlijk opgeknapt. Hier en daar woont natuurlijk nog een verdwaalde zwerver die zijn tuintje en voorgevel niet bijhoud. Nieuwe wijken zijn tegenwoordig prachtig te noemen.
Kortom mooi verhaal alleen wat gedateerd.
Almere
Bij ons in het semi-klasieke almere muziekwijk is het net zo.. waar kan ik dit beoek voor mn e-reader downloaden?
puberale verveling
Ik heb zelf niet in Lelystad gewoond, maar herkende er veel uit mijn eigen puberteit. Puberale verveling die leidt tot grotere of (in mijn geval) kleinere criminaliteit. Zonder nu te willen beweren dat Lelystad een droomstad is, denk ik dat er erg veel dertigers zijn die zich in min of meerdere mate kunnen herkennen in de manier waarop van Casteren zjn jeugd omschrijft
Kogge
Ik heb familie in de Kogge wonen.... Jezus, wat een droevigheid daar!!
Tokkietuig!
Hahaha, wat een schitterende beschrijving van een zooitje ongeregeld bijeen... dit beeld is trouwens herkenbaar voor mij hoewel ik niet uit Lelystad kom... in elke stad heb je dit soort buurten en heb er ook in zo 1 gewoond.
Buurman die gewoon escorts bestelde als zijn vrouw een weekend weg was, de hele zomer lang op plastic tuinstoelen op de stoep zitten te grillen, uitgelubberde vrouwen van achter in de 40 met een rauwe hesige shagstem die zich net zo hoerig kleden als hun dochter van 17 (scooterhoertje uiteraard) ... ga zo maar door.
Vermakelijk om te lezen i.i.g.!
Pff
Wat een treurigstemmend proza met te veel bijzinnen en bijvoeglijk naamwoorden
Re: Pff
U is een penis aqua roza
Moest toch even reageren
http://veelkantie.nl/ 5 sept 2010, 19:36
Geheel Utrecht?! Lul niet zo slap.
Re: Moest toch even reageren
Oké, op een verdwaalde asociale autochtoon na dan.
Tja
Bij het lezen van zoveel treurnis is het een wonder dat de schrijver niet al lang geleden de beweringen van Isaac Newton heeft onderzocht met behulp van een stukje touw en een hoge balk.
proest
Le-ly-st-aaaad!!!
Hosseyn
Het is een prachtig boek, een genadeloze en vreselijk grappige observatie van een aantal bizarre milieus die tot elkaar veroordeeld zijn.
Re: Lachen
Omhoog gevallen kakker, je moest eens weten hoe de "bovenlaag" erop los leeft.Echt wat een arrogante droplul ben jij
tja
Er zal toch echt een grote kern van waarheid inzitten.Ik zou er niet dood gevonden willen worden hoor.
Re: Tokkietuig!
Als je er gewoond hebt , ben je er ook gewoon eentje.
Mooi :)
In Flevoland ben je alleen als je van wind, depressie & zelfmoord houdt. Of als je in Lelystad geboren wordt natuurlijk.
Whahahahaa die omschrijving van geenstijl.nl ... ik kwam niet meer bij ...
Leest lekker weg moet ik zeggen ( ene hoofdstuk wat ik las dan ) ... Hoe heet het boek ??
Re: puberale verveling
@ Iwan
IK denk dat u precies de spijker op de kop slaat. Het is niet aan de polder hoor, iedereen kan een verhaal als deze schrijven. Aleen uit fatsoen doet men het niet.
Re: Pff
HIJ SCHRIJFT ZOALS HIJ PRAAT, DAT IS MOOI!!! WANT IEDEREEN HEEFT HET BEGREPEN. IN GOED NEDERLANDS NOEMEN WE DIT DUIDELIJKE TAAL
SOMMIGE SCHRIJVERS DIE HEBBEN BOEKEN WAARVOOR JE EERST EEN HBO OPLEIDING MOET HEBBEN GEVOLGD OM TE BEGRIJPEN WAT ZE GESCHREVEN HEBBEN EN WAT ZE ERMEE BEDOELEN. MOOI STUKJE UIT HET BOEK HOOR!! GA ZO MAAR DOOR
goed man
Wat geweldig geobserveerd, en helder beschreven. Kopen zou ik zeggen. Binnen 10 jaar is Lelystad leeg.
Trieste reacties
Wat mij nog het meeste stoort aan de reacties onder dit artikeltje zijn zij, die zeer waarschijnlijk, en in veel gevallen zelfs zeker nog nooit een stap in Lelystad gezet hebben, die zich zo kunnen vinden in een beschrijving van een stad zoals deze 25 jaar geleden ooit was. Alsof Lelystad nog hetzelfde zou zijn als 25 jaar geleden, en waar ze toen al geen stap in hebben gezet.
In tegenstelling tot Almere, dat gewoon zienderogen en in een ras tempo aan het verpauperen is ondanks de miljardeninvesteringen en waar de criminaliteit om zich heen grijpt, is Lelystad op weg om een prachtige veilige en aangename stad te worden.
Oké, we zijn er nog niet, maar dat is een kwestie van tijd. Als je ziet wat er een bouw en renovatieprojecten afgerond en nog aan de gang zijn dan heb ik er alle vertrouwen in. En dat in een land waar de verpaupering en verhuftering in vrijwel alle steden en zelfs dorpen onstopbaar om zich heen grijpt.
Dat is nog eens een prestatie. Zo tegen de verdrukking in! Daar kan menige stad, denk bijvoorbeeld aan Gouda of aan zoiets als Culemborg, of bijvoorbeeld Almere en andere steden die te hoop lopen met jeugdbendes en andere ellende, nog een voorbeeld aan nemen.
Re: goed man
Lelystad is in de laatste 10 jaar met circa 25.000 inwoners gegroeid. En die groei gaat iedere dag weer door. Dus wat klets je nou uit je nek?
Nederland in de jaren '80
Dit soort treurigheid kwam je destijds in iedere Nederlandse provinciestad tegen.
Aldus strandden en eindigden de hoge idealen van de baby-boomers, wat hier raak en meedogenloos door een van hun kinderen wordt beschreven
Wat dat betreft is dit boek zeer herkenbaar en buitengewoon vermakelijk.
Onrendabelen
>Fantastisch geschreven. Geeft goede sfeerimpressie van hoe de onrendabele medemens leeft.
Ik rijd af en toe wel eens op zondag in Utrecht door zo'n volksbuurt heen en daar zie je vergelijkbare zaken. Die mensen hebben echt volledig lak aan regels en conventies, maar ook aan elkaar.
Het kan toch niet plezierig zijn als iedereen er maar op los leeft? Uiteindelijk hebben die tokkies elkaar er ook mee zou je denken....Ze parkeren hun bussen zowat bij elkaar in de voortuin....
Geweldig verhaal
Zo herkenbaar als je in een stad van beetje omvang hebt gestudeerd. Daar zijn dat soort zaken in sommige wijken ook aan de orde van de dag.
Van die paupers die het hele weekend met pils op straat zitten, bbq-en tot de ramen en was van de buren er zwart van zien (niet mijn probleem, toch?), de hele dag shagrokend op straat rondhangen in hun plastic stoelen, "Shunaajaa, Dullaaanooo en Weslieee, vreeeetuhh en snel", enz.
Man, man wat een proleten. Maar ja, achteraf, na je studie en als je er geen last meer van hebt, lach je je natuurlijk suf over die gasten....
Behalve natuurlijk als ze met hun volgetatoeëerde lichamen naast je op het strand komen zitten...
ONZIN
Wat een onzin! Ik heb 20 jaar gewoond in Lelystad. En toevallig in de zelfde buurt zoals deze hier beschreven is. Na 5 jaar gewoond te hebben in Amsterdam heb ik besloten terug te keren naar Lelystad. Waarom?
Lelystad is niet meer de stad zoals die hier beschreven wordt. Veel van jullie kennen Lelystad niet en zijn zoals velen de gemiddelde persoon die het fijn vinden om ergens tegen aan te schoppen. Aangezien jullie niets anders te doen hebben.
Ik durf hier te beweren dat veel van jullie die hier lopen te zeiken in een kutbuurt wonen een klein kuthuis hebben en eigenlijk wel iets zoeken zoals in lelystad.
Ik vind het nogal treurig dat er nog steeds mensen zijn die achter de grote horde lopen en geen eigen mening kunnen vormen. Ik noem ze voor het gemak even PVV-stemmers. Schoppen tegen alles waar ze maar tegen schoppen kunnen.
Uiteraard wil ik niet iedereen over één kam scheren. Excuus voor de gene die zich niet kunnen vinden in mijn verhaal.
Het toppunt van wat ik hier lees is denk ik wel het feit dat iemand aangeeft een vriend gehad te hebben die in Lelystad heeft gewoond. Vervolgens noemt hij in één adem Lelystad en zelfmoord. Oftewel Lelystad is de aanleiding geweest voor zijn zelfmoord. Ben jij wel in orde?
Ik denk dat de gemengde reactie hier voldoende over zeggen. Het laatste wat ik kwijt wil is dat dit boekje denk ik toepasbaar is op elke stad in een bepaalde periode. Ik ben blij dat Lelystad vooruit kijkt. In tegenstelling tot veel andere steden en mensen.
Re: Ach och…
Geheel Utrecht? Ik denk niet dat je ooit in Utrecht geweest bent. We hebben een prachtige binnenstad en ik woon zelf in Wittevrouwen wat een prachtige wijk is. Wat een gelul om "heel utrecht" klein marokko te noemen. Het is prima wonen hier.
Milde fascinatie
Mijn achtergrond is, eh, anders, hoewel je daar net zo goed een aflevering of twee van d'een of d'andere soap mee vullen kunt. Wat dat betreft is dit hoofdstuk voor mij een beetje aapjes kijken, iets waar ik om kan lachen omdat huilen toch wat te treurig is.
En als dit nu aanklachten wegens belediging oplevert, ach, was ik de rechter lachte ik de klagers uit. Ik zie nergens dat er mensen voor rotte vis worden uitgemaakt. Ik zie observaties beschreven, zeg een tijdsbeeld. Je was er toch zelf bij? Is het dan niet waar wat er staat?
Zo zie je maar weer, wij Nederlanders kunnen er ook prima zelf een zooitje van maken, hebben we geen immigrant of allochtoon voor nodig. Maar wel met een heel eigen stijl. Iets met goh wat is het toch gezellig. Tot op het truttige af, en dan nog verder. Naast vermaeck, trek er leringhe uit. We moeten toch samen verder.
bromet
het is net frans bromet maar dan op papier, fantastisch!!!!!
bedankt voor diegenen die aangifte hebben gedaan bij de politie anders had ik dit nooit geweten!
Bastion
Zeer herkenbaar en goed geschreven; heb zelf ook in Lelystad gewoond begin jaren '80. Wij woonden in de witte golfplaten asbest-huizen aan de Bastion, naast de Waterwijzer, die immiddels terecht gesloopt zijn.
Als God deze wereld liefhad dan zou hij grote gaten boren in de Flevopolder en het langzaam laten afzinken in de Zuiderzee.
Grappig
Dit is inderdaad zoals al verteld Lelystad van 15-20 jaar geleden.
Gelukkig hebben wij (semi)-ambtenaren en die hebben de boel gered. Van een plek waar halve wijken leeg staan. Naar een plek waar een moeder met kind op straat komt te staan omdat ze geen prioriteit krijgen en er een fatsoenlijke wachtlijst is van een paar jaar voor een woning.
Van een geweldige rechtlijnige infrastructuur waarin in fietsers van auto’s gescheiden werden, naar een autowerend centrum met kromme wegen en infrastructuur die files uitlokt. En een gezond aantal verkeersongevallen.
Slechte wijk…. Ach al 20 jaar oud tegen de vlakte die wijk.
Weet je wat we bouwen een paal voor een beeld kost een paar centen, maar dan krijgt iedereen ook nekkramp als je naar het beeld kijkt. En zijn we ook het kleine detail vergeten dat de eigenaar van het beeld niet wilde dat het op de zuil geplaatst werd.
Theater ook 20 jaar oud. Plat dat ding, we gooien een stuk kots terug. Gegarandeerd dat dit er voor zorgt dat elk optreden waar er een opmerking over wordt gemaakt een succes wordt.
Parkeren ook netjes tegen de 10 Euro per dag.
Kortom dankzij onze zeer getalenteerde politici krijgt onze stad al echt karakter.
Ps ik hoop dat al die mensen die dit boek geloven ook echt uit Lelystad weg blijven zodat ik van dit kleine stukje paradijs op aarde kan blijven genieten.
Joris Rules
Joris schriijft treffend en herkenbaar. Wat een boek! Ik hoop dat met deze rel vele herdrukken zullen volgen. Want dat heeft die jongen wel verdiend. Als je zo'n boek kunt schrijven is het alleen maar hopen dat er nog een nieuw boek volgt.
MAAR WAT IS NU
de reden dat er aangite gedaan is dan?
Lelystad (zucht)
Ik heb 5 jaar gewerkt in Lelystad. Van alle medewerkers (méér dan 80) was ik de enige, die NIET woonde in Lelystad. Ik liep tegen een muur van achterdocht aan. Ik wist, dat de directie iets te maken had met de nieuwe polder en was laaiend enthousiast. Een ieder, die negatief over "Het nieuwe land" was, kon z'n biezen pakken. Ik, lollige bui tijdens een vergadering, zei: De sluizen openzetten, alles laten onderlopen en na vijf jaar het water wegpompen, en wie er dan nog woont, mag blijven. Op staande voet ontslagen. Het zijn in mijn werkzame leven, de slechste jaren geweest, die ik heb meegemaakt.
Re: Lelystad (zucht)
En toen ontvoerde een ufo je? Met andere woorden... geloof er geen snars van.
heerlijk!!
om die herkenbaarheid te lezen
heb er tot mijn 18e gewoond en toen naar amsterdam verhuisd.......en ja, er ging een wereld voor me open.
heb in lelystad trouwens wel een leuke jeugd gehad, veel ruimte en groen en rossen met de crossmotor over de vele bouwterreinen.
de beschreven taferelen kende ik wel maar verhuisden later naar een betere buurt (buitenplaats) waar toch een ander slag mensen woonden in vrijstaande huizen.
Soms kom ik er nog want heb er nog vrienden wonen en dan valt me altijd de ruimte op
het is eigenlijk misgegaan door al die foute amsterdamse import daarvoor was het pionieren en was er saamhorigheid en sfeer, ook mijn ouders heb in de jaren 70 en 80 een hele leuke tijd gehad met feesten overal bij mensen thuis.
Herkenbaar
Ook ik groeide als tiener op in zo'n nieuwbouwwijk. Niet in Flevoland, maar toch. Zeer herkenbaar. Dit boek ga ik zo snel mogelijk aanschaffen. Met dank aan Geenstijl.
ik kijk naar buiten
Wat is dat nou waar ik wakker van wordt? ach het zijn de vogels die onbezonnen aan het fluiten en tjilpen zijn in de vroege ochtend en bedenk me dat er mensen zijn die dit niet horen.
Trek wat kleding aan en ga met de hond naar buiten, geen verkeer in de straat en loop onder de bomen naar de hondenuitlaatplaats alwaar het hondje lekker kan rennen en vraag me af me waar mensen die in zo'n mooie grote stad wonen hun hond uitlaten.
Na het douchen en ontbijten stap ik in de auto, die gewoon in me eigen garage staat, en rij ik naar me werk in een stad waar "het" allemaal gebeurt.
Gelukkig staan we al snel met z'n allen vast op de ring en voel me weer een echt stadsmens, oh wat mis ik dat filerijden toch waar ik woon. Ik merk dat ik bijna op me werk ben, overal getoeter en stank, gestrest van het zoeken naar een parkeerplek en het bijna te laat zijn, kijk ik naar al die mooie hoogbouw die, naar men zegt, aan de rand van een mooi park staan. De telefoon gaat over maar moet even in de wacht omdat er een vliegtuig over vliegt. De dag gaat snel voorbij en mag weer achteraan sluiten in de file richting huis. Als ik de afslag neem verdwijnt de drukte op de weg en zie ik steeds meer groen, de volgens fluiten me tegemoet, handen gaan omhoog ter begroeting en weet dat ik weer thuis ben.
Waar ik woon? gewoon in LELYSTAD!
Bestellen
http://www.bol.com/nl/p/nederlandse-boeken/lelystad/1001004005997761/index.html
Zeker niet het geval
Erg jammer dat iemand een boek als dit schrijft en dat er dan ook zulke commentaren worden gegeven. Zeker waarvan de helft Lelystad niet eens kent.
Ben 27 jaar en ben geboren en getogen in lelystad, vervolgens heb ik vijf jaar in Amsterdam geweest om vervolgens weer terug te komen naar Lelystad.
Een rustige stad met vriendelijke mensen en waar veel mensen elkaar kennen.
Een stad waar jij je kinderen kan opvoeden spelend op straat zonder dat je bang hoeft te zijn dat ze aangereden worden... een stad die ook steeds gezellig wordt.
Iemand die zo gefrustreerd is om zijn eigen leven en dan zo'n boek uit geeft vindt ik persoonlijk er jammer.
Ik ken genoeg mensen die er met veel plezier wonen en ook nog jong zijn.
Re: Bastion
Heel jammer dat er mensen zijn zoals jij die in het begin jaren 80 ergens hebben gewoont en dan nu een oordeel klaar hebben....
Mr. Gorbatschow, tear down this Afsluitdijk!
Flood Flevoland. Almaere, kom er maar in! Zo noemden de Romeinen de Zuiderzee. Kunnen ze in Harderwijk weer meer op Paling vissen en is Urk weer een eiland. Magna Frysia was zo mooi!
Oordeel
Denk dat je alleen over dit boek kan oordelen als je er zelf hebt gewoond. Ik kom er vandaan (zelfde periode) en heb een heerlijke jeugd gehad in deze nieuwe stad. Genoeg vertier voor jong en oud. Laat de schrijver gewoon in zijn waarde, het is een goed boek. Als je het gaat lezen, weef er dan je eigen verhaallijn doorheen!
Oordeel
Denk dat je alleen over dit boek kan oordelen als je er zelf hebt gewoond. Ik kom er vandaan (zelfde periode) en heb een heerlijke jeugd gehad in deze nieuwe stad. Genoeg vertier voor jong en oud. Laat de schrijver gewoon in zijn waarde, het is een goed boek. Als je het gaat lezen, weef er dan je eigen verhaallijn doorheen!
Oordeel
Denk dat je alleen over dit boek kan oordelen als je er zelf hebt gewoond. Ik kom er vandaan (zelfde periode) en heb een heerlijke jeugd gehad in deze nieuwe stad. Genoeg vertier voor jong en oud. Laat de schrijver gewoon in zijn waarde, het is een goed boek. Als je het gaat lezen, weef er dan je eigen verhaallijn doorheen!
Geweldig
Naar aanleiding van deze geweldig beschreven droevigheid gelijk het boek besteld. Dit is niet alleen een analyse van Lelystad, dit is een analyse van een groot gedeelte van Nederland.
Feiten
Iets minder opsommen van feiten en iets meer verhaallijn maakt het minder eentonig denk ik persoonlijk. Op de helft van dit hoofdstuk kon het me niet echt meer boeien, maar wellicht geeft het boek in het geheel een ander beeld.
Aanklacht tegen Joris :-)
Vanavond zijn twee mensen uit het boek van Joris op tv geweest. Monique Rook en haar broer Richard Rook (in het "echie" heten ze ietsje anders). Ze willen Joris aanklagen wegens smaad..... en niet omdat ze met een getrouwde vent is gegaan en alle andere (voor "gewone" mensen bizarre) feiten maar omdat haar moeder geen sigaretten rookte en Richard geen camouflage-pak had :-)
En dat was dus smaad, over iemand dingen vertellen die niet waar zijn.... Wat een giller !!! Je niet druk maken omdat je vreemdgaat met een getrouwde vent maar omdat je moeder niet rookt (in tegenstelling tot wat in het boek wordt beweerd).... Ik kwam niet meer bij van het lachen, wat kunnen mensen soms leuk zijn :-)
Jammer
.....dat ik al een boek heb