Ik ben van de lagere school naar de MULO gegaan en die was een paar jaar eerder op Urk begonnen, want op Urk waren er na de lagere school geen hogere scholen, behalve MULO. Die bestond uit drie klassen en ze zaten op een bovenverdieping van een oude school bij de vuurtoren.
Die school heb ik dus afgemaakt met redelijk succes en toen ben ik vervolgens drie maanden in de polder gaan werken in de bieten, maar dat stond me helemaal niet aan. Toen heb ik gesolliciteerd bij de Rotterdamsche Bank in Emmeloord. Die bestond toen nog. Toen moest ik een test afleggen bij de directeur en voor die test kreeg je dertig seconden per antwoord. Maar die man vond dat zo weinig, dus hij gaf me zestig seconden met als gevolg dat ik een of andere ongelofelijke test heb afgelegd en dat er onmiddellijk bericht kwam van het hoofdkantoor:
“Die moet aangenomen worden, want dat is een fenomeen!”
Daar zijn ze later ook wel achter gekomen.
[Bij de Rotterdamsche Bank] ben ik mijn hele leven gebleven, later de Amsterdamsch-Rotterdamsche Bank (AMRO). Toen kwam ik op Urk terecht, want daar was de Amsterdamsche Bank en ik had een klein kantoortje van de Rotterdamsche Bank. Later werd het ABN-AMRO. En dat heb ik 41 jaar volgehouden.