De Amsterdamsche Bank op Urk was de grote bank en was ook zo ongeveer de enige bank op Urk. Met Kees Zeeman en Kees Zeeman is op Urk een grote beroemdheid geweest. Zijn vader was havenmeester en kwam van Marken. Hij werd hier benoemd als directeur en de hele Urker vloot en alle visbedrijven werd daar klant tot er op een gegeven moment de Boerenleenbank op Urk kwam. Maar de Amsterdamsche Bank was de grote bank op Urk, daar was iedereen klant bij.
De Amsterdamsche Bank is hier in principe in 1946 gekomen. We hadden al wel de Bondsspaarbank of de Nutsspaarbank. Dat was een bankje uit Kampen. Die had hier iedere week twee zitavonden en dan zaten daar de notabelen van Urk in een groene stoel. En dan kwamen de kinderen met een busje geld brengen en die hadden we ook op school, want bij ons in de klas kreeg iedereen zo’n busje en daar moest je elk week een dubbeltje in doen en zo spaarde je bij die Nutsspaarbank. Maar de echte Amsterdamsche Bank is in 1946 begonnen in het hervormde verenigingsgebouw Obadja.
Er was [vóór de Tweede Wereldoorlog] geen echte kredietverlener. Dat heb ik natuurlijk ook nog meegemaakt. Als er op Urk gefinancierd moest worden, dan was belangrijk dat een man zonen had. Op Urk werd krediet verleend op basis van zonen, want dan kon je je schip voor een gedeelte bemannen. Dan ging je naar de olieboer en de olieboer deed dan twintigduizend gulden en de nettenboer, de man die netten leverde, deed dan ook vijftien- of twintigduizend gulden en de bank deed er een gedeelte bij en dan samen met die zonen, zo werd de botter gefinancierd. En zo is ook de opgang van de vloot begonnen. Het werd dus een gezamenlijk project en zo gingen ze samen van slag. Na 1945 is de hele opbouw van de Urker vloot op basis van dat soort financieringen gestart. [...]
Er is één keer een bank geweest, dat was in Enkhuizen: de Lakemanbank, en die is over de kop gegaan. Toen stond heel Enkhuizen op zijn kop, maar ook heel Urk, want er waren een paar welgestelde Urkers die toen hun geld kwijtraakten. Het werd ook een gevleugeld gezegde op Urk: “Hij is bij de Lakemanbank geweest.” Dat was vóór de oorlog.