Een verschrikkelijk armlastig dorp

"Zo gauw een Urker vis zag, dan was het gebeurd"

Urk had in de jaren dertig te kampen met een dubbele crisis. Niet alleen verkeerde de hele Nederlandse economie in zwaar weer, ook de afsluiting van de Zuiderzee zorgde voor veel ellende voor de vissersgemeente. Om vervangende werkgelegenheid te bieden werden fabrieken opgezet. Dat lukte niet altijd, want "zo gauw een Urker vis zag, dan was het gebeurd", zegt Klaas Luut Koffeman, kenner van de Urker geschiedenis.

netten boeten

Urker visser bezig met zijn netten (Museum Batavialand, collectie Willem Baarsen)

Alle rechten voorbehouden

Urk heeft natuurlijk veel te lijden gehad van de crisis in de jaren dertig. Toen begon het hele verhaal van die Afsluitdijk en die inpoldering. Dat werd elke keer weer vertraagd, omdat er crisis was en die crisis werkte maar door. En vergeet niet dat er van 1930 tot 1945 een ongelofelijke armoede was. Dat werd bijgehouden met de Zuiderzeesteun of de bijstand vanuit Den Haag. Urk was gewoon een verschrikkelijk armlastig dorp.

We hebben burgemeester Gravestein gehad en die probeerde Urk een beetje in de vaart der volkeren op te nemen. Men zag die hele visserij niet meer zitten. Toen probeerde men wat andere industrie op Urk te krijgen. Er zijn een aantal van die verhalen geweest. Toen is er ook een sigarenfabriek uit Kampen van Sollie op Urk gevestigd en er werd hier ook een directeur uit Kampen benoemd. De Urkers moesten die sigaren rollen. Sigaren waren in die tijd nog een veelgevraagd artikel, maar die Kamper eigenaar en die Urkers die konden het absoluut niet met elkaar vinden. Op een gegeven moment is dat helemaal doodgebloed. Later is nog geprobeerd met bijenvolken en geprobeerd met eenden te kweken op Urk, van alles, maar op het moment dat er haring op de kust was of dat er ansjovis gevangen werd, dan rende dat hele personeelbestand naar de haven toe en dan lieten ze de fabriek in de steek. Zo gauw een Urker vis zag, dan was het gebeurd.

[Die fabriek], dat is waar nu de Rabobank staat en waar later Gemeentewerken gestaan heeft. Dat is op Klifweg, daar stond een groot gebouw. Dat was de achterkant van Urk. Nu is het de ingang. Toen was het de achterkant van Urk. Daar was ook de vuilnisbult. Daar zat – en dat was redelijk succesvol – ook de nettenfabriek Van Apeldoorn, maar dat had ook weer met de visserij te maken. Oudere vissers en meisjes gingen daar netten boeten totdat het hele nettengebeuren verdween, want die netten werden vervangen van garen door nylon en dat werd in Apeldoorn via een machine gedaan en toen was dat ook weer weg, zoals met zoveel fabrieken gebeurde.

Bron: Museum Batavialand te Lelystad, collectie Verhalen Vissen, interview met Klaas Luut Koffeman, 14 oktober 2011

Alle rechten voorbehouden