Jaren geleden was er een programma op de radio, ‘Adres onbekend’. Er was een mevrouw voor die vroeg of iemand iets wist over het feit dat die kinderen [bleekneusjes] op Urk overnachtten. Albert [Annie's echtgenoot, red.] had daarop gereageerd. Hij had die mevrouw gesproken en gezegd:
"Nou, als u nog eens op Urk bent mag u altijd langskomen. Ik heb nog wel wat foto’s en wat gegevens."
Toen werd ik op een morgen gebeld:
"Goedemorgen, u spreekt met mevrouw Bonnema, hoe is het met u? Kunnen wij vanmiddag komen, want uw man heeft mij uitgenodigd."
Ik zeg: dan moet ik eerst vragen of mijn man wel vanmiddag vrij is. Toen zijn ze zaterdagmiddag bij ons op Urk geweest. Zij was ook op zo’n schip en zij moest haar jongste zusje naar Friesland brengen. Ze kwamen uit Rotterdam en die hele wijk was gebombardeerd. Toen is ze naar Friesland gegaan en bij de mensen waar haar zusje ondergebracht is, heeft zij haar man leren kennen. Dus, dat kan ook nog. […]
Zo’n schip lag meestal in de werkhaven. Dat moet toch wel een impact op die mensen hebben gehad. Je moest zomaar je kind weggeven, zonder dat je wist waar ze terecht kwamen.