Het gemeentebestuur dat in 1962 aantrad, liep economisch gezien tegen een enorm probleem aan, want in die tijd voltrok zich de mechanisatie in de landbouw. Dat betekende dus dat er een uitstoot kwam van medewerkers in de landbouw. Gelukkig is er toen toch een aanzet gekomen, eerst van de agrarische industrie, o.a. de firma Kuiken. En ook in dienstverlenend opzicht. De Rabobank heeft daar altijd een zware positie ingenomen. De Rabobank in Emmeloord was misschien wel één van de grotere Rabobanken in Nederland, en is dat misschien nog wel. Eerst waren dat er twee, de Raiffeisenbank en de Boerenleenbank, en die zijn later gefuseerd.
Het probleem van de uitstoot van arbeidskrachten uit de landbouw. Als je ziet hoeveel procent van de beroepsbevolking toen, in die tijd, in de agrarische sector werkzaam was… Ik denk dat het wel vijfentwintig procent of meer was. Als je nu kijkt, is het misschien vijf of zes procent. Er heeft zich daar een geweldige omslag voltrokken. [...]
Noordoostpolder is vóór de oorlog op de kaart gezet. Emmeloord in het centrum en tien dorpen daaromheen op fietsafstand. Ook dat heeft de tijd vrij snel achterhaald. De kunst was om toch wel de dorpen leefbaar te houden. Ik herinner mij dat op een gegeven ogenblik de toenmalige directeur van de Rijksdienst [voor de IJsselmeerpolders] – dat was in mijn tijd Van Duin – daarover sprekende, zei:
“Zo’n dorpje als Tollebeek, dat moet je eigenlijk afbreken.”
Ik ben toen erg boos geworden, want hij noemde daar Roemenië bij, waar toen meneer Ceauşescu nog bezig was. Je kunt dat namelijk niet doen. Het enige wat je als gemeentebestuur kunt doen – en dat heeft het gemeentebestuur altijd gedaan en doet het nog – is die dorpen enige body te geven.