Van Thijn kwam eens in het Flevo-overleg en zei:
“Ik ben van plan een provincie te stichten, en ik wil graag dat jullie met die gedachte en die wens naar jullie gemeentebesturen teruggaan, en mij laten weten hoe de gemeenten en het openbaar lichaam daar tegenover staan.”
[...] Noordoostpolder, tijdelijk ingedeeld zijnde bij Overijssel, deed bestuurlijk mee in de intergemeentelijke regeling Regio IJssel-Vecht in Zwolle. Eén van de CDA-wethouders had in dat gewestelijk verband een belangrijke positie. Hij was nogal gefocust op Overijssel. Die trok dus ook de Overijsselse CDA-kant wel wat uit.
Toen ik in het college van B&W vertelde dat Van Thijn hier geweest was, en het gezelschap de vraag voorlegde: “Wat vinden jullie van een eigen provincie?”, waren er in ieder geval twee wethouders van de vier die aarzelden. Er was één CDA-wethouder, die vóór een twaalfde provincie was. De PvdA-wethouder – dat vertelde Han Lammers mij later wel eens – die belde zijn geestverwant op en vroeg Lammers “wat vind je daarvan?” Die vond het een goed idee.
En daarna kwam de vraag van de wethouders aan mij : “Wat vind jij ervan?”
Mijn antwoord was:
“Je moet altijd proberen die nieuwe provincie te creëren.”
De onderlinge samenhang van het gebied, de bijzondere taakstelling, een lichte provincie en de voordelen uit waterstaatkundig oogpunt is evident.