"Kijk, wat een mooi gebied hebben wij!"

De nieuwe gemeente Noordoostpolder was in 1962 tijdelijk bij de provincie Overijssel gevoegd. In de polder was men niet altijd even tevreden met de mate van inzet van het provinciebestuur voor de economische belangen van de gemeente. R.S. Hofstee Holtrop, die in 1981 aantrad als burgemeester, zag daarom wel wat in de plannen voor een eigen provincie voor de IJsselmeerpolders en Urk:

NLR marknesse

Bezoek van het College van Burgemeester en Wethouders van Noordoostpolder aan de vestiging De Vrije Vlucht van het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium bij Marknesse in de Noordoostpolder, 26 april 1972. Burgemeester F.M. van Panthaleon baron van Eck derde van rechts (Museum Batavialand, collectie Jacques van de Noort)

Alle rechten voorbehouden

Niet uit een soort zich afzetten tegen Overijssel, hoewel ik wel eens tegen de CdK daar onder vier ogen heb gezegd:

“Commissaris, u – de provincie - zou best wat meer - niet alleen wat betreft gewone aandacht, maar ook in financieel opzicht - mee kunnen werken om die polder nog meer in de benen te helpen. Er is ontzettend veel geld - rijksgeld – in gestoken om die polder te maken, en die is bovenmodaal, maar laten we proberen om dat zo te houden. Dan verwachten wij van de provincie ook meer.”

Ik heb wel eens tegen een gedeputeerde gezegd:

“U komt alleen in de polder als u bezoek hebt. Dan komt u de brug over, en zegt: ‘Kijk, wat een mooi gebied hebben wij’.”

Ik kan er een heel aardig voorbeeld van noemen. We hadden een heel goed contact met de Raad van Bestuur van het NLR [Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum, red.]. De heer Gerlach, voorzitter, kwam regelmatig bij ons om overgang van delen van het Luchtvaartlab te bespreken. Men wilde een deel vanuit Amsterdam overbrengen naar Marknesse. Op een gegeven ogenblik kwam van de zijde van de Raad van Bestuur bij ons – het gemeentebestuur – de mededeling:

“Er moet een hogesnelheidswindtunnel in Europa worden gebouwd.”

Daarvoor zijn vier landen in the picture: Frankrijk, Duitsland, Engeland en Nederland. De Engelsen vielen vrij snel af want ze vonden de kosten te hoog. De toenmalige minister van Verkeer en Waterstaat, mevrouw Smit-Kroes belde mij op en vroeg: “Wat kunnen jullie financieel doen?”

Ik heb dezelfde vraag toen voorgelegd aan de provincie. Ik heb de CdK gebeld en gezegd: “Het zit zus en zo, enzovoorts.” Dat had ik achteraf niet zo moeten doen, ik had naar hem toe moeten gaan. Maar goed, een tijdje later belde ik hem weer op en vroeg: “Hebt u al iets gedaan? Wat denkt u ervan?” Hij zegt:

“Nou, wij doen niks. Het enige wat ik voor u kan doen is een brief schrijven aan de minister dat dit een goed plan kan zijn. Maar, nogmaals, financieel doen we niets.”

Bron: Museum Batavialand, project Provinciewording, interview met R.S. Hofstee Holtrop, 25 maart 2010

Alle rechten voorbehouden