Bij Verkeer en Waterstaat, bij mevrouw Smit-Kroes, was het terdege ook wel de overweging dat haar bemoeienis eens een keer beëindigd moest worden – het Rijk kon daar niet mee doorgaan – maar dat – en dat was ook gevoed door de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders en de Dienst der Zuiderzeewerken – het samenhangend bestuur terdege wel noodzakelijk was. Smit-Kroes [...] geloofde dus wel in een provincie Flevoland. Wat dat betreft steunde zij inderdaad Rietkerk.
De persoonlijke opvattingen van de bewindslieden zijn natuurlijk altijd van belang – je weet ook nooit hoe de ambtelijke opvattingen gaan. De persoonlijke opvattingen van de beide bewindslieden was dat die provincie er moest komen. Bij Rietkerk nog meer van: het moet nu maar eens bestuurlijk geregeld worden en er is geen alternatief. En bij Smit-Kroes ook de positieve overweging: er moet een samenhangend bestuur komen. [...]
Bij Verkeer en Waterstaat was het zowel bestuurlijk als ambtelijk zo: er moet inderdaad gedecentraliseerd worden en gedereguleerd worden. Bij Verkeer en Waterstaat was het ook een punt: de discussies rond de Markerwaard speelden ook in die tijd en geleidelijk aan ging het Rijk toch aarzelen over de Markerwaard. Wat moet je dan met die grote Rijksorganisaties doen? Bij Verkeer en Waterstaat zag men ook wel terdege de mogelijkheid om een deel van de problemen, ook de ambtelijke problemen en de personeelsproblemen, mede wat makkelijker op te lossen door een provincie te laten ontstaan. [...]
Ik had het voorrecht vanuit Verkeer en Waterstaat te zitten in de ambtelijke commissie die in die tijd ten behoeve van het Projectbureau werkte aan de voorbereiding van de provincie Flevoland, samen met Han Lammers, de vertegenwoordiger van de gemeenten, Waarbij Han Lammers altijd sprak over “zestig ambtenaren in een eenvoudige boerenschuur”, terwijl ik pleitte voor - rekening houdend met de wensen van de gemeenten - een behoorlijk apparaat van ongeveer 200 man. Later ben ik hem veel tegengekomen en heb ik meer gelijk gekregen dan hij. Hij trapte natuurlijk ook wel op de rem. Hij was waarschijnlijk wel bang dat het Rijk teveel van zijn ambtenaren op die manier zou wegwerken, en dat er dan een onnodige zware provincie zou komen. Zestig ambtenaren in een eenvoudige boerenschuur, dat was zijn ideaal!