Ontwikkelingen in de Haarlemmermeer-polder na de droogmaking

In eerdere bijdragen aan Flevolands Geheugen heb ik geschreven over de plannen van Leeghwater voor droogmaking van het Haarlemmermeer en over de droogmaking van het Haarlemmermeer zelf. Deze keer over de ontwikkelingen in de Haarlemmermeerpolder na de droogmaking.

Hoofdvaart in de Haarlemmermeerpolder (1)

Hoofdvaart in de Haarlemmermeerpolder (foto Bart Schultz)

Alle rechten voorbehouden

De Haarlemmermeerpolder is tussen 1848 en 1852 drooggemaakt als landbouwpolder. In 1916 werd echter toestemming verkregen om in de Haarlemmermeerpolder 16,5 hectare grond te bestemmen voor een militair vliegveld. Dit besluit heeft in de polder voor een enorme ontwikkeling gezorgd want vanaf dit vliegveld opende vervolgens in 1920 de inmiddels opgerichte KLM haar eerste lijndienst van Amsterdam naar Londen. Sindsdien is het vliegveld regelmatig uitgebreid tot het huidige Schiphol waar in 2024 in totaal maar liefst 67 miljoen passagiers vertrokken of aankwamen. De meeste passagiers zullen zich er daarbij niet van bewust zijn geweest dat dit vanaf circa 4 meter beneden-NAP (Normaal Amsterdams Peil) plaatsvond.

Door de centrale ligging in de Randstad, alsmede door de economische activiteiten die vooral in relatie tot Schiphol werden ontwikkeld zijn vooral in de noordelijke helft van de Haarlemmermeerpolder de stedelijke en industrie gebieden enorm uitgebreid, zodat nu sprake is van een polder met meervoudig ruimtegebruik. Zo was het aantal inwoners in Hoofddorp en Nieuw-Vennep, de twee grootste kernen in de polder, in 2020 73.600. In 2024 was het aantal inwoners al toegenomen tot 112.000.

Ook is de waarde aan bebouwing enorm toegenomen. Zo was de WOZ-waarde (Waardering Onroerende Zaken) in 2020 34,4 miljard euro. Deze snelle ontwikkelingen hebben ook consequenties gehad voor het waterbeheer en de bescherming tegen overstromingen in de Haarlemmermeerpolder, en voor het veiligheidsniveau van de ringdijk. 

Direct na de inpoldering lag de verantwoordelijkheid voor het waterbeheer en de bescherming tegen overstroming bij de Commissie van Beheer en Toezicht, die ook verantwoordelijk was geweest voor de inpoldering. In 1855 werd het Waterschap De Haarlemmermeerpolder opgericht dat in 1856 het beheer van de Commissie over nam. In 1979 is in het kader van een fusie van 21 waterschappen, inclusief Waterschap De Haarlemmermeerpolder, het Waterschap Groot-Haarlemmermeer opgericht. Vervolgens zijn in 2005 enkele waterschappen, waaronder Groot-Haarlemmermeer, opgegaan in het Hoogheemraadschap van Rijnland. Het waterbeheer en de bescherming tegen overstromingen in de polder is sindsdien de verantwoordelijkheid van het Hoogheemraadschap. 

De keuze van het zomerpeil is bepalend geweest de ligging en de afmetingen van de vaarten en de tochten, alsmede tot hoe diep de drie stoomgemalen – Cruquius, Leeghwater en Lijnden - het water aanvankelijk moesten kunnen uitmalen. Het waterbeheersingssysteem bestond oorspronkelijk uit een hoofdvaart met een zestal dwarsvaarten, alsmede uit een net van tochten en sloten. De verkaveling werd gekenmerkt door op 2 kilometer onderlinge afstand noordoost/zuidwest lopende lengtewegen, om de 3 kilometer gekruist door dwarswegen. De vaarten en tochten zijn overwegend langs de dwarswegen aangelegd en op 1 kilometer afstand evenwijdig aan de lengtewegen.

Oorspronkelijk werd uitgegaan van een kavelbreedte van 50 meter. Vooral uit bezuinigingsoverwegingen is echter gekozen voor een kavelbreedte van 200 meter en een lengte van 1 kilometer. De kavels waren hierdoor 20 hectare, en werden begrensd door een weg aan de voorzijde en een tocht aan de achterzijde. Er werd verondersteld dat na de verkoop van de gronden de boeren zelf de tussensloten zouden graven. Het gemaal Leeghwater kon het water aanvankelijk tot 3,49 meter beneden NAP uitmalen, en de Cruquius en de Lijnden tot 3,65 meter beneden NAP. Hierbij was uitgegaan van een bodemdaling na droogvallen nog 35 centimeter.

In de begintijd na de droogmaking zijn er door de te grote afstand tussen de sloten en door de bodemdaling nogal wat problemen geweest. De open waterberging en de bemalingscapaciteit waren onvoldoende om de lagere delen van de polder droog te houden. Om verbetering in de situatie te krijgen is in 1856 de Verordening op het herschieten, opmaken of kroozen der weg- en kaveldooten vastgesteld. Vijftien jaar na droogmaking waren de problemen echter nog niet verholpen. Dat kan ook worden geïllustreerd met het gezegde uit de begintijd van de polder dat luidt:

"De eerste boer gaat dood,

de tweede heeft nood en

de derde heeft brood"

Omdat de bodem van de polder niet vlak was ontstonden er ook problemen tussen de hooglanders en de laaglanders. De laaglanders hadden problemen met wateroverlast en de hooglanders hadden last van watertekort tijdens droge perioden. In verband hiermee kregen zij op een aantal plaatsen de mogelijkheid om met hevels water vanuit de ringvaart in te laten. Dit water kon echter ook leiden tot meer wateroverlast voor de laaglanders. Daarom kregen een aantal laaglanders de mogelijkheid voor onderbemaling.

In verzoeken van de ingelanden van de polder van 1872 werd ook voor de winterperiode om lagere waterpeilen gevraagd. De stoombemaling maakte dat in principe ook mogelijk. Aan het eind van de negentiende eeuw werd het polderpeil op 5,55 meter beneden NAP gehandhaafd en kwamen peilstijgingen boven 5,30 meter NAP nog slechts sporadisch voor. Van 1913 tot 1952 werd in oktober en november het waterpeil met 60-80 centimeter verhoogd - het zogenaamde Bietenpeil - zodat schepen de suikerbieten konden afvoeren. Na 1952 werd de waterstand omstreeks eind september weer op winterpeil gebracht. Na verschillende latere peilverlagingen bedraagt het huidige streefpeil in de hoofdwatergangen nu ‘s zomers 5,87 meter beneden NAP en ‘s winters 6,02 meter beneden NAP.

Door de jaren heen zijn ook in de gemalen regelmatig verbeteringen aangebracht. Zo zijn aanvankelijk stoomketels bijgeplaatst Vanaf 1911 zijn de stoommachines in de gemalen Leeghwater en Lijnden geleidelijk vervangen door diesel- of elektromotoren. De totale bemalingscapaciteit kwam hierdoor in 1932 op 8 millimeter per dag, waarna het gemaal Cruquius buiten werking werd gesteld. Na nog een aantal vervangingen en verbeteringen bedroeg de totale bemalingscapaciteit aan het begin van de huidige eeuw 16,7 millimeter per dag. In 2002 kwam het elektrische gemaal Koning Willem I gereed en in 2005 een nieuw gemaal naast het gemaal Lijnden. Hierdoor kwam de totale bemalingscapaciteit op 20,5 millimeter per dag.

De luchthaven Schiphol in een gebied van 2.700 hectare was aanvankelijk onderdeel van de bemaling van de polder, maar kreeg in 1975 een afzonderlijke bemaling die neer kwam op 16,8 millimeter per dag. In 1992 kwam het gemaal Bolstra gereed en in 2001 het gemaal Rijk. De totale bemalingscapaciteit voor het gebied van Schiphol kwam hiermee op 23,2 millimeter per dag.

De ringdijk rond de polder is zo aangelegd dat na zetting de kruinhoogte 0,69 meter boven NAP zou bedragen wat voor die tijd de gebruikelijke hoogte voor dijken rond droogmakerijen was. Aan het begin van de 20e eeuw werd de ringdijk op 0,59 meter boven NAP gehouden. Wel kwamen er op verschillende plaatsen lagere stukken in voor, vooral bij wegkruisingen. Sinds 1903 werd een minimumhoogte van 0,11 meter beneden NAP aangehouden. Momenteel heeft de ringdijk een veiligheidsniveau met een kans op falen van 1/1000 per jaar. De kruinhoogte is op 0,00 meter boven NAP, wat dus lager is dan de oorspronkelijke kruinhoogte.

De Haarlemmermeerpolder bestaat nu bijna 175 jaar en is door de jaren heen veranderd van een landbouwpolder tot een steeds meer verstedelijkte polder. Vooral sinds de Tweede Wereldoorlog zijn door stedenbouw, tuinbouw, industrie, recreatieve voorzieningen en de luchthaven Schiphol aanzienlijke wijzigingen in het grondgebruik opgetreden. De polder heeft dus op grote schaal ruimte geboden aan nieuwe ontwikkelingen. Het waterbeheersingssysteem en de bescherming tegen overstromingen zijn steeds aangepast aan het gewenste niveau. Klimaatverandering zal een zekere invloed hebben. Degelijke zorg voor het waterbeheer en de veiligheid tegen overstroming zal onverminderd van groot belang zijn. Een vraag is hoe lang onze verstedelijkte samenleving deze zorg naar behoren kan blijven leveren.

Alle rechten voorbehouden

Media