Toen ik enige tijd bij de Afdeling Waterhuishouding van de Wetenschappelijke Afdeling van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders werkte, werd mij voorgesteld om eens te denken aan een onderwerp om op te promoveren. Ik was wat verbaasd, want in die tijd was het voor civiel ingenieurs zeer ongebruikelijk om aan een promotieonderzoek te denken. Bij de andere disciplines binnen de Wetenschappelijke Afdeling was het echter veel gebruikelijker.
Ik ben toen maar eens gaan nadenken en kwam uit op het ontwikkelen van een computermodel voor het optimaliseren van de waterbeheersing van de toen in voorbereiding zijnde polder Markerwaard, waarbij de investeringen in het waterbeheersingssysteem werden afgewogen tegen opbrengstreductie in de landbouw en schade aan bebouwing en infrastructuur. Ik vond daarbij dat ik eerst ook naar de geschiedenis moest kijken. Mijn promotieonderzoek kende dus twee sporen, de geschiedenis en de optimalisatie.
Nu liggen er in Nederland nogal wat polders, dus de geschiedenis van de drie typen polders zou een onderzoek op zich worden. In overleg met mijn mogelijke promotor werd besloten dat ik mij alleen zou richten op de waterbeheersing van de droogmakerijen. De Markerwaard zou immers ook een droogmakerij worden, net als de andere IJsselmeerpolders.
Toen ik aan mijn onderzoek begon kende ik, naast de IJsselmeerpolders, zo’n veertig droogmakerijen: de Beemster, Schermer, Purmer, Wormer, Haarlemmermeer, en de nodige andere. Toen ik uiteindelijk promoveerde had ik er 445 in kaart gebracht. Dit was dus een nogal grotere klus geweest dan ik aanvankelijk voor ogen had. Ik heb er echter nooit spijt van gehad en doe nu bij Museum Batavialand nog onderzoek naar de polders in de wereld. Dit is een onderzoek dat ik nooit af zal krijgen, want telkens vind ik er meer.
Bij de droogmakerijen kan onderscheid worden gemaakt in de drooggemaakte min of meer natuurlijke meren en de verveningen. De eerstgenoemde groep betreft 242 droogmakerijen met een gezamenlijke oppervlakte van 227.008 hectare. Er zijn 203 drooggemaakte verveningen met een gezamenlijke oppervlakte van 84.700 hectare. De verdeling over de provincies waarin droogmakerijen liggen is weergegeven in de tabel.
Tabel: De droogmakerijen in Nederland
|
Provincie |
Drooggemaakte meren |
Drooggemaakte verveningen |
Totaal |
|||
|
|
Aantal |
Oppervlakte in hectaren |
Aantal |
Oppervlakte in hectaren |
Aantal |
Oppervlakte in hectaren |
|
Flevoland Noord-Holland Zuid-Holland Friesland Overijssel Utrecht Groningen |
3 103 4 128 0 0 4 |
145.000 74.839 970 5.546 0 0 653 |
0 20 70 100 7 6 0 |
0 8.124 39544 26.854 5.223 4.955 0 |
3 123 74 228 7 6 4 |
145.000 82.963 40.514 32.400 5.223 4.955 653 |
|
|
242 |
227.008 |
203 |
84.700 |
445 |
311.708 |
In een eerdere bijdrage aan Flevolands Geheugen heb ik geschreven over De kwel in onze polders. Hoewel de kwel in droogmakerijen doorgaans geringer is dan 2 millimeter per dag, is dit toch betekenend. Een kwel van 1 millimeter per dag is namelijk op jaarbasis ruwweg gelijk aan het gemiddelde jaarlijkse neerslagoverschot. Voordeel is echter dat het zeer gelijkmatig is en dus niet de pieken heeft waar we tijdens extreme neerslagen mee te maken hebben. Het leidt echter wel tot een verdubbeling van de jaarlijks uit te malen hoeveelheid water.
Vrijwel alle droogmakerijen zijn aangelegd voor landbouwkundig grondgebruik. Vooral na de Tweede Wereldoorlog is echter sprake van een behoorlijke verstedelijking in de droogmakerijen. Er wordt van uitgegaan dat komende tijd zo’n miljoen huizen in Nederland gebouwd moeten worden. Een belangrijk deel daarvan zal in de droogmakerijen terecht komen. Het zal daarbij niet alleen van belang zijn om de stadsuitbreidingen en wellicht hele nieuwe steden in de droogmakerijen planologisch goed in te passen, maar ook om de waterbeheersingssystemen en de bescherming tegen overstromingen op de verstedelijking en de te verwachten gevolgen van klimaatverandering tijdig aan te passen.