Hierbij was sprake van een belangrijke inbreng vanuit Nederland, met name van het ingenieursbureau Witteveen + Bos voor het ontwerp en van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard voor de institutionele aspecten. Vanuit UNESCO-IHE hadden wij ook een zekere betrokkenheid in verband met het in meer algemene zin opstellen van Richtlijnen voor waterbeheer en bescherming tegen overstromingen van stedelijke polders. Hierbij hadden we ook Semarang en de toen nog te realiseren Bangerpolder als voorbeeld genomen.
Het gebied Banger is een stedelijke wijk in Semarang die doorsneden wordt door een rivier die eveneens Banger heet. Aan de oostkant wordt het gebied begrenst door het Oostelijke Overstromingskanaal (Banjir Kanal Timur), aan de westkant en zuidkant door andere wijken van Semarang en aan de noordkant door haventerreinen en de Javazee. Er waren rond het gebied wel voorzieningen ter bescherming tegen overstromingen, maar omdat de Banger-rivier via de uitmonding in het Oostelijke Overstromingskanaal in open verbinding stond met de Javazee en de grote jaarlijkse bodemdaling in het gebied zelf kwamen er in toenemende mate inundaties en overstromingen voor. Daarom was inpoldering en de bouw van een uitwateringsluis of een gemaal om het overtollige water te lozen noodzakelijk.
Tijdens de voorbereiding op de te nemen maatregelen bleek dat de bodemdaling in het gebied zo snel ging dat de bouw van een uitwateringsluis waardoor tijdens eb het overtollige water zou kunnen worden geloosd in feite geen zin had, omdat dit maar een beperkt aantal jaren afdoende zou zijn. Daarom is besloten om direct over te gaan tot de bouw van een gemaal. Voor wat de institutionele aspecten betreft werd voorafgaand aan de totstandkoming van de polder in 2010 een soort waterschap opgericht met de naam Badan Pengelola Polder Banger SIMA (BPP SIMA) en een op zich duidelijk takenpakket, inclusief het heffen van bijdragen van de betrokkenen - inwoners en bedrijven - voor het dekken van de kosten voor beheer en onderhoud.
Inmiddels is in 2016 het gemaal gereed gekomen en is het gebied Banger inderdaad een polder van 675 hectare met ongeveer 90.000 inwoners. Het gemaal staat in de uitmonding van de Banger naar het Oostelijke Overstromingskanaal, waardoor het uitgemalen water verder wordt afgevoerd naar de Javazee. Het gemaal heeft een capaciteit van 6 kubieke meters per seconde wat neerkomt op een waterschijf van bijna 8 centimeter per dag gerekend over het oppervlak van de polder.
De formele opening van het gemaal was op 23 november 2016 onder de aanwezigheid van Indonesische en Nederlandse hoogwaardigheidsbekleders, waaronder de Indonesische minister Mochamad Basoeki Hadimoeljono van Openbare Werken en Volkshuisvesting, burgemeester Hendrar Prihadi van Semarang, de Nederlandse minister-president Mark Rutte, minister Melanie Schultz-Van Haegen van Infrastructuur en Milieu en als vertegenwoordiger van de Nederlandse waterschappen Hans Oosters. De laatste vooral omdat vanuit het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard een belangrijke inbreng is geleverd bij de totstandkoming van het polderbestuur en de bijbehorende regelingen voor beheer en onderhoud.
Bij een inmiddels uitgevoerd onderzoek is gebleken dat er tevredenheid is over de technische realisatie van de polder en dat aan de regelmatige inundaties en overstromingen een einde is gekomen. Voor wat het beheer en onderhoud betreft is er minder tevredenheid. Zo blijkt dat de bewoners nog steeds veel afval in de waterlopen deponeren wat leidt tot verstopping van duikers en bij het gemaal. Bovendien treedt er in de droge tijd nogal wat stank op. Ook leveren de bewoners nog onvoldoende hun bijdrage aan het daadwerkelijke onderhoud.
Een ander probleem is dat besluiten over het waterbeheer teveel top-down schijnen te worden genomen, waardoor er problemen met de betrokkenheid bij de realisatie ontstaan, en de te realiseren punten onvoldoende tot hun recht komen.
Laten we hopen dat de problemen in de komende tijd kunnen worden opgelost, want voor een polder is een goed beheer en onderhoud van het waterbeheersingssysteem en de voorzieningen ter bescherming tegen overstromingen een absolute voorwaarde.