De bever, potentieel gevaar voor onze dijken?

Het jaarlijkse symposium van Kenniscentrum Bever

De bever is het grootste knaagdier in Europa.

Gaas dat verticaal in een slootoever kan worden aangebracht

Gaas dat verticaal in een slootoever kan worden aangebracht om graven door bevers ter plaatse te voorkomen (foto Bart Schultz)

Alle rechten voorbehouden

In een eerdere bijdrage aan Flevolands Geheugen ben ik ingegaan op De opmars van bevers in de polders. Inmiddels organiseert de Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA) vanuit het Kenniscentrum Bever een jaarlijks symposium over de bevers in ons land. Onlangs werd het vierde symposium in Antropia, Cultuur- en Congrescentrum in Driebergen gehouden. Het symposium werd bijgewoond door een behoorlijk aantal belangstellenden.

Na inleidingen over respectievelijk de Bevers in Nederland: verleden, heden en toekomst, Nationale beveraanpak, en Bevers in 2050: scenario’s vanuit het veld, werd in een aantal workshops in kleinere groepen nader ingegaan op verschillende specifieke onderwerpen. Ik nam deel aan de workshops betreffende Monitoringsopgave in de landelijke aanpak en Werken met gedragscodes nu en in de toekomst. Het was weer een interessante bijeenkomst, waarbij bleek dat de bevers ons inmiddels aardig bezig houden.

Nadat de laatste bever in ons land in 1826 was gestorven is vanuit Duitsland in 1988 een nieuwe groep bevers in de Biesbosch uitgezet. Deze groep is nadien uitgegroeid en heeft zich in rap tempo over ons land verspreid. Dit heeft er onder andere toe geleid dat er nogal wat risico is ontstaan voor verschillende van onze dijken, met alle mogelijk gevolgen van dien.

Er is inmiddels een adviesrapport met voorstellen voor een Nationale Beveraanpak. Voorts wordt er gewerkt aan werkpakketten, waaronder het opstellen van risicokaarten. Ook zijn inmiddels gedragscodes met betrekking tot het omgaan met bevers aangenomen, die in de praktijk worden toegepast. Hierbij is de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 van kracht is geworden, leidend. Ook is van belang dat de bever als beschermde diersoort onder de Europese Habitat Richtlijn valt en inmiddels weer een belangrijke rol speelt in ons ecosysteem. Dit in tegenstelling tot de muskusrat, die als exoot wordt gezien en daardoor bestreden mag worden.

Onderhoudswerkzaamheden aan de waterbeheersingssystemen en de voorzieningen ter bescherming tegen overstromingen moeten inmiddels mede worden uitgevoerd op basis van het beverprotocol. Ook zijn er al verschillende maatregelen getroffen om zoveel mogelijk te voorkomen dat de bevers op de verkeerde plaatsen hun activiteiten gaan ontplooien. Hierbij kan enerzijds worden gedacht aan het daadwerkelijk voorkomen van schade aan oevers en dijken, door bijvoorbeeld in oevers verticaal gaas in te graven, maar anderzijds ook aan het creëren van hoogwatervluchtplaatsen in de uiterwaarden van rivieren. Hiervan werden ook voorbeelden getoond.

Uit het bovenstaande kan worden afgeleid dat de ontwikkelingen met betrekking tot de bevers in ons land sinds 1988 een snelle vlucht hebben genomen. Op dit moment wordt ervan uitgegaan dat er ongeveer 7.000 bevers zijn. Er werden tijdens het symposium verschillende mogelijkheden voor verdere groei aangegeven, maar het bleek niet eenvoudig te zijn om een redelijk zekere voorspelling te doen, aangezien hierbij nogal wat zaken een rol spelen.

Ik blijf dus met belangstelling de ontwikkelingen volgen. Dit niet het minst omdat er vooral in verband met de bescherming tegen overstromingen toch wel behoorlijke risico’s zijn. Tijdens het symposium werden voorbeelden van directe schade vertoond. Deze bestaan vooral uit beschadigingen aan begroeiing, oevers en dijken. Van verschillende kanten werd er tijdens de discussies echter ook op gewezen dat de gevolgschade, vooral in dicht bevolkte polders vele malen groter kunnen als er inderdaad door activiteit van bevers een dijkdoorbraak zou plaatsvinden. Laten we hopen dat dit door een goede aanpak voorkomen kan worden.

Alle rechten voorbehouden

Media