In het Concept Structuurplan voor de Provincie Jakarta 2010-2030 uit 2010 worden 31 bestaande en 26 voorgestelde polders genoemd. Op basis van recente publicaties kom ik inmiddels tot 50 bestaande polders met een gezamenlijk oppervlak van tenminste 25.000 hectare en 34 voorgestelde polders. Gezien de bodemdaling waarvan in Jakarta sprake is mag verwacht worden dat het aantal polders en de noodzaak voor bescherming tegen overstromingen verder zal toenemen.
In 1917 presenteerde Hendrik van Breen een plan voor de ontwikkeling van de waterafvoer van Batavia, zoals Jakarta destijds heette. Dit plan bevatte een kaart waarop onder andere in de kustzone polders werden voorgesteld, en twee afvoerkanalen om het bovenstroomse water rond Jakarta om te leiden en bij te dragen aan de afvoer vanuit de stad zelf. Voor zover bekend zijn destijds slechts delen van dit plan uitgevoerd, met name het Westelijke Banjir-kanaal (banjir betekent overstroming of stortvloed) dat in 1918 is aangelegd en oorspronkelijk een capaciteit had van 300 kubieke meter per seconde. Het Oostelijke Banjir-kanaal is pas recent helemaal gereedgekomen.
Het gebied dat door deze twee kanalen en de kustlijn wordt omsloten, bestaat voor een belangrijk deel uit de bovengenoemde polders. J.H. Kop et al. (1983) geven waarden voor de maximale regenval voor korte perioden die in Jakarta kan worden verwacht. Bij een kans van 1 keer per 25 jaar moet worden gerekend op een dag neerslag van zo’n 220 millimeter.
De hoogteligging in de polders loopt inmiddels uiteen van ongeveer twee tot tien meter beneden het gemiddeld zeeniveau. Vooral ten gevolge van het onttrekken van grondwater onder de dikke bovenlaag van klei is er op verschillende plaatsen sprake van een aanzienlijke bodemdaling. Abidin et al. (2011) geven waarden die uiteenlopen van 1 tot 25 centimeter per jaar. Dit is aanzienlijk meer dan de verwachte zeespiegelstijging van maximaal 1 centimeter per jaar.
Het getij voor de kust van Jakarta heeft een amplitude van ongeveer 0,5 meter. Hierbij is van belang dat extra peilverhogingen ten gevolge van stormen of tsunami’s tot voor kort vrijwel niet voorkwamen. Het risico voor overstromingen zat dus vooral bij extreme neerslagen en rivierafvoeren. Op Wikipedia wordt vermeld dat in het verleden Jakarta meerdere keren is getroffen door overstromingen die meestal werden veroorzaakt door zware regenval tussen december en maart, onder andere in 1621, 1654, 1918, 1942, 1976, 1996, 2002, 2007, 2013, 2015, 2020 en in maart en november in 2025. Uit deze data kan al worden afgeleid dat de frequentie van overstromingen is toegenomen.
Voor enkele polders heb ik waarden voor de bescherming tegen overstromingen kunnen vinden. Deze liepen uiteen van 1 keer per 50 tot 100 jaar. Hierbij dient te worden bedacht dat de bescherming enerzijds wordt geboden door de dijken, maar anderzijds door de combinatie van waterberging in de polders in combinatie met de gemaalcapaciteit. Gezien het feit dat de meeste overstromingen zijn veroorzaakt door extreme neerslag speelt vooral de combinatie van waterberging en gemaalcapaciteit een belangrijke rol. Een punt wat daarbij vooral ook van belang is, is dat de waterberging die aanvankelijk in de polder aanwezig is door de verstedelijking na verloop van tijd door aanvullende bebouwing en infrastructuur kan zijn gereduceerd, met alle gevolgen van dien.
Het idee bestond dat Jakarta zou worden verplaatst naar de nieuwe hoofdstad in Kalimantan. Inmiddels heeft Jakarta met de daarbij behorende voorsteden 42 miljoen inwoners en wordt voor de nieuwe hoofdstad gerekend op 2 miljoen inwoners in 2040. Het zal dus duidelijk zijn dat slechts een klein deel van Jakarta wordt verplaatst. Daarmee zal het voor Jakarta van groot belang zijn dat de bodemdaling zoveel mogelijk wordt beperkt en de bescherming tegen overstromingen zowel binnen de polders als door de dijken en bijbehorende voorzieningen waar nodig wordt verbeterd, beheerd en onderhouden. Dat is een zeer grote opgave.