De rol van sloten bij de afvoer van neerslag

Mijn bijdragen aan Flevolands Geheugen zijn doorgaans niet gebaseerd op actuele onderwerpen.

Aansluiting van een sloot op een tocht met de opgeschoonde vegetatie op de kant

Aansluiting van een kavelsloot op een tocht met de opgeschoonde vegetatie op de kant (foto Bart Schultz)

Alle rechten voorbehouden

Deze keer wijk ik hiervan af vanwege een artikel in de Volkskrant van zaterdag 7 maart 2026 onder de titel 'Slootje voor slootje wordt het water van de kaart geveegd.' [Volgens dit artikel verdwijnen er in Nederland jaarlijks duizenden sloten, deels omdat deze illegaal worden gedempt, vooral door boeren. Red.]. Eerlijk gezegd schrok ik van dit artikel, omdat ik niet had verwacht dat iets dergelijks in ons land, waar goed waterbeheer zo’n essentiële rol speelt, kon voorkomen. Daarom deze keer een bijdrage naar aanleiding van een actueel onderwerp.

Bij UNESCO-IHE in Delft heb ik jaren college Land and Water Development voor buitenlandse studenten gegeven. Deze studenten werkten doorgaans bij organisaties, zoals bij ons de waterschappen, of diensten als Rijkswaterstaat. Tijdens het eerste college vroeg ik ze altijd:

"Waarom leggen we eigenlijk irrigatie- of waterafvoersystemen aan?"

De vraag bleek ze doorgaans te verrassen en er kwam vaak geen direct antwoord. Als ik ze uitlegde dat het in het landelijke gebied vooral was om de gewassen beter te laten groeien, of in stedelijk gebied vooral om te kunnen wonen en werken, bracht dat enige verduidelijking.

Zeker in het lage deel van Nederland hebben onze voorouders door de eeuwen heen vele inspanningen geleverd om het water zo goed mogelijk in natte en droge tijden te beheersen en ons te beschermen tegen overstromingen. Dat heeft tot landschappen geleid waarbij een goed beheer en onderhoud, alsmede het inspelen op toekomstige ontwikkelingen van het grootste belang zijn. Een internationaal gezegde luidt dan ook:

"God created the world and the Dutch the Netherlands."

De waterbeheersingssystemen in het lage deel van ons land zijn vooral gebaseerd op peilbeheer en het afvoeren van overtollig water. Daarnaast zijn er in verschillende gebieden voorzieningen voor wateraanvoer, die de laatste decennia door de toename van droge perioden belangrijker zijn geworden.

Wanneer we kijken naar de afvoer van water in onze polders dan gaat dit in het landelijke gebied van de kavels via greppels, ondergrondse drainage of rechtstreeks naar de sloten. Van de sloten naar de tochten en van de tochten via vaarten of rechtstreeks naar uitwateringsluizen of gemalen. Het uitgelaten of uitgemalen water wordt doorgaans opgevangen in boezemsystemen, waardoor het wordt getransporteerd naar de zee, de rivieren, of het IJsselmeer. De sloten vormen dus een essentiële schakel in het proces van het afvoeren van neerslag. 

In de stedelijke gebieden gaat het overtollige neerslagwater van de verharde oppervlakken - bebouwing, straten, en pleinen - via een al dan niet gemengd rioleringssysteem naar het stedelijke open water en van daaruit - rechtstreeks of via het landelijke gebied - de polder uit naar het boezemwater. Van het onverharde oppervlak - tuinen, groenstroken, plantsoenen en parken - gaat het overtollige water via de ondergrond of drainage naar het stedelijke open water.

Zoals ik eerder in Ontwikkeling van stedelijke gebieden in polders heb beschreven werden tot de zeventiger jaren van de 20e eeuw bij de aanleg van stedelijke gebieden in polders de gronden doorgaans opgehoogd tot een zeker niveau boven het aangrenzende boezempeil. Daarna is doorgaans volstaan met ophoging tot een zeker niveau boven het polderpeil.

Sloten kunnen verschillende functies hebben. Hierbij kan worden gedacht aan de kavelsloten voor de directe ontwatering van de kavels of voor de afwatering van het overtollige water uit de greppels of ondergrondse drains, wegsloten voor de afwatering van overtollig water vanaf wegen, en kwelsloten voor het afvoeren van kwelwater dat door de dijken komt en voor het verzekeren van de stabiliteit van de dijken. De kavelsloten zijn dus in het landelijke gebied een belangrijke schakel in het systeem om in de kavels het gewenste grondwaterpeil te handhaven, alsmede voor het afvoeren van overtollig water naar de hoofdwaterlopen in de polders. In de stedelijke gebieden wordt deze rol vervuld door het stedelijke open water.

Onderhoud van de sloten ligt in het landelijke gebied voor een belangrijk deel bij de boeren en landeigenaren en gedeeltelijk ook bij de waterschappen en wegbeheerders. Eeuwenlang hebben we de schouw gehad, waarbij in het najaar het waterschap rondging om te kijken of de sloten geschoond waren door degenen die daarvoor verantwoordelijk waren. Mocht dit niet het geval zijn, dan kreeg de betrokkene de opdracht dit alsnog binnen korte tijd te doen. Gebeurde het dan nog niet dan liet het waterschap het doen, maar de rekening ging naar degene die het had moeten doen. Ik heb altijd aangenomen dat dit nog steeds het geval was, en was dus nogal verbaasd dat je kennelijk ongestraft sloten kunt dempen.

Het waterbeheer en zeker de rol die de sloten erin spelen is voor ons land van essentieel belang. Laten we dus hopen dat de eeuwenode praktijk van beheer en onderhoud weer volledig in ere wordt hersteld, omdat anders de problemen van wateroverlast alleen maar zullen toenemen. Het ligt dan niet aan de klimaatverandering, wat vaak gezegd wordt, maar aan ons eigen onvermogen om de zaken goed te regelen.

Alle rechten voorbehouden

Media