Mesopotamië - het Tweestromenland

De oudste polder? - Een tussenbalans

Reconstructie van de omvang van de Perzische Golf

Reconstructie van de omvang van de Perzische Golf van 16050 - 6050 v.Chr. (afgeleid van Sissakian et al., 2020)

Alle rechten voorbehouden

In twee eerdere bijdragen aan Flevolands Geheugen over Polders in de delta van de Eufraat en de Tigris en Polders in Mesopotamië – de oudste ter wereld? heb ik gemeld dat de oudste polder ter wereld vermoedelijk in dit gebied in de omgeving van Ur moet hebben gelegen.

Afgelopen maanden heb ik mijn zoektocht hiernaar voortgezet. Ik ben er nog steeds niet uit. Wel heb ik inmiddels veel informatie verzameld die mij sterkt in het idee dat de oudste polder inderdaad in Mesopotamië moet hebben gelegen, maar waar precies is nog de vraag. Deze bijdrage is dus eigenlijk een soort tussenbalans.

Over Mesopotamië is zeer veel informatie beschikbaar. Een van de redenen hiervoor is dat het gebied wordt gezien als de basis van de beschaving. Hier begon de mensheid met lezen, schrijven, wetten maken en in steden onder een georganiseerd bestuur te leven.

Mesopotamië, of het Tweestromenland, wordt vooral gevormd door de vlakte waardoor de Eufraat en de Tigris, die beide ontspringen in het huidige Turkije, naar de Perzische of Arabische Golf stromen. Over verschillende millenniums zijn er de nodige regressies en transgressies geweest. Deze zijn onder andere door V. Sissakian et al. (2020) geanalyseerd. Zij toonden verschillende stadia van 16.050 v.Chr. tot en met 1850. Deze veranderingen kwamen tot stand door de peilfluctuaties in de Perzische Golf, de afzetting van sediment door de Eufraat en de Tigris, veranderingen in de loop van de riviertakken en sinds ongeveer het 6e millennium v.Chr. door menselijke invloed.

Omdat de neerslag in het gebied doorgaans minder dan 250 millimeter per jaar bedraagt en er sprake is van zeer hoge temperaturen, was bewoning in belangrijke mate afhankelijk van het water van de Eufraat en de Tigris. Daarbij zorgde de aanvoer van slib voor zeer vruchtbare gronden.

In zijn proefschrift Holocene avulsion history of the Euphrates and Tigris rivers in the Mesopotamian floodplain (2016) geeft J.H.A. Jotheri een uitvoerige beschrijving van de veranderingen in de loop van de riviertakken van de Eufraat en de Tigris door de Mesopotamische vlakte. Omdat de beschavingen in het gebied zo afhankelijk van deze rivieren waren konden de veranderingen die zich daarin voordeden ook leiden tot verplaatsing in de beschavingen.

In het waterbeheer in de wereld kwam irrigatie veel eerder tot ontwikkeling dan waterafvoer. In dit kader is de vermelding van Ariane Thomas (2021) interessant die meldde dat het eerste bewijs van irrigatie met oppervlaktewater rond 6000 v.Chr. plaatsvond bij Choga Mami in de Mesopotamische vlakte, in het huidige Irak aan de grens met Iran.

De stad Ur, ten noordoosten van het huidige Bagdad, werd oorspronkelijk gebouwd op een eiland in de moerassen. In het 4e millennium v.Chr. legde de Sumeriërs moerassen droog en legden daardoor prehistorische polders aan. Hiervan had ik afgeleid dat de oudste polder wellicht bij Ur heeft gelegen.

Paul Wagret (1968) stelde dat er tussen 5000 v.Chr. en 3500 v.Chr. een verwoestende zeevloed vanuit de Perzische Golf heeft plaatsgevonden die deze beschaving heeft vernietigd. In relatie hiermee melden Vanessa Heyvaert en Cecile Baeteman (2008) vier belangrijke overstromingsfasen in de Mesopotamische vlakte: de Ur-overstromingen (3600 - 3500 v.Chr.), de Kish-overstromingen (2900 - 2350 v.Chr.), de ed-Dër-overstromingen (ongeveer 2000 - 1025 v.Chr.) en de post-neo-Babylonische overstromingen (539 v.Chr. – 300).

In het beeld dat wellicht de eerste polder in de wereld bij Ur heeft gelegen past ook dat Stephanie Dalley in haar boek Myths of Mesopotamia (2000) beschreef:

"Atrahasis, de held van het zondvloedverhaal, was een inwoner van Shuruppak in Beneden-Mesopotamië. Een grootschalige overstroming als natuurlijk verschijnsel vond soms plaats in die regio, waar de Eufraat bij hoogwater buiten zijn oevers kon treden en het tussenliggende land kon overspoelen naar de lagergelegen Tigris, die zelf ook vaak plotseling buiten zijn oevers trad. Dergelijke overstromingen kwamen vrij vaak voor, en archeologen hebben op vroeg dynastieke vindplaatsen uit het vierde millennium v.Chr. sliblagen gevonden die mogelijk sporen zijn van verschillende overstromingen in de verre oudheid. Dit bewijsmateriaal onthult echter niet of een bepaalde overstroming catastrofaler was dan andere; het toont alleen aan dat een dergelijke afzetting geen ongebruikelijke onderbreking van de culturele continuïteit veroorzaakte, en dat de laag overstromingsslib die bij opgravingen in Ur is gevonden, zeker veel ouder is dan de overstromingsafzetting die in Shuruppak is gevonden."

Met betrekking tot de recente tijd is de publicatie van Jennifer Pournelle (2003) waarin een samenvattend overzicht van de grootschalige kanaalaanleg en landaanwinning die, met name in de tweede helft van de 20e eeuw, hebben plaatsgevonden in de Mesopotamische vlakte van belang. Ze verwees naar de kaart van William Willcocks, die ongeveer 2 miljoen hectare aan primaire (het hele jaar door) en secundaire (seizoensgebonden) onder water staande gebieden toonde. Projecten voor irrigatie en waterafvoer hebben dat gebied teruggebracht tot minder dan 100.000 hectare moerasgebied. Het grootste deel van die reductie heeft plaatsgevonden sinds 1990.

In dat kader is ook de gebeurtenis die ik in 1988 meemaakte het vermelden waard. Ik nam toen deel aan een conferentie van de International Commission on Irrigation and Drainage (ICID) in Dubrovnik. Ik was onder een Turkse voorzitter moderator van een discussie over nieuwe ontwikkelingen op het gebied van irrigatie. De Turkse voorzitter hamerde iedereen af die maar even te lang wilde spreken. Ik dacht: "Hij wil zeker snel gaan eten."

Door zijn aanpak waren we drie kwartier voor de geplande eindtijd klaar. Toen zei de voorzitter ineens: "Nu heb ik wat belangrijks te melden." Hij nam vervolgens ruim de tijd om het GAP-programma in het zuidoosten van Turkije te presenteren. Dit programma omvatte de ontwikkeling van irrigatie, waterkrachtproductie, landbouw, stedelijke en landelijke infrastructuur, bosbouw, onderwijs en gezondheidszorg.

Voor wat het waterbeheer betreft omvatte het programma de bouw van 22 stuwdammen, 19 waterkrachtcentrales, en irrigatiesystemen op een gebied van meer dan 1,7 miljoen hectare, gevoed vanuit de Eufraat en de Tigris. Ik dacht meteen:

"Er gaat binnenkort vrijwel geen water meer de Turkse zuidgrens over."

Inmiddels is wel afgesproken dat vanuit Turkije de basisafvoer wordt gegarandeerd, maar dat is in rivieren door (semi)aride gebieden maar een klein percentage van de totale afvoer.

Mijn zoektocht naar de oudste polder ter wereld zet ik dus nog wel even voort, en ik hoop over niet al te lange tijd te kunnen melden of ik deze polder inderdaad heb gevonden. In de Mesopotamische vlakte zullen problemen met het waterbeheer helaas vermoedelijk alleen maar toenemen.

Nadere informatie over de polders in Irak en Iran, waarin de Mesopotamische vlakte ligt, en de volledige referenties kunnen worden bekeken en gedownload van de website: https://www.batavialand.nl/kennis-en-collecties/waterbeheer-en-polders/.

Alle rechten voorbehouden

Media