In enkele voorgaande bijdragen aan Flevolands Geheugen, waaronder Mesopotamië - het Tweestromenland, ben ik ingegaan op mijn zoektocht naar de oudste polder op aarde. Daarbij heb ik gemeld dat die polder vermoedelijk bij Ur in Mesopotamië heeft gelegen. Inmiddels ben ik weer wat verder gevorderd met mijn zoektocht, daarom bij deze de tweede tussenbalans.
In zijn artikel 'Lessen uit de geschiedenis', verschenen in het tijdschrift Civiele en bouwkundige techniek in 1982 (zie bijlage), wees Adriaan Volker erop dat de Japanse hoogleraar Hitoshi Fukuda (1976) de omkade bekkens in Egypte, waarnaar water werd afgeleid tijdens het hoogwater van de Nijl, als 'polders' beschouwde. Door het inlaten raakte de grond verzadigd met water en werd het grondwater aangevuld, zodat een enkel gewas kon worden verbouwd. Deze bassins hebben inderdaad iets gemeen met de waterbeheersingssystemen in de huidige polders.
Wanneer we de definitie van prof. Fukuda aannemen, dan zouden de oudste 'polders' in de wereld dus mogelijk reeds vijfduizend jaar geleden in Egypte zijn aangelegd. Beschouwen we deze hoogwaterbekkens langs de Nijl niet als polders, dan moet naar andere overstroombare gebieden uit de Oudheid waar waterbeheersing centraal stond worden gezocht.
Een ander interessant aspect in dit verband is dat in deze oude beschavingen ook op de oeverwallen de eerste ‘verstedelijking’ plaatsvond. Deze eerste ‘steden’ waren in een aantal gevallen ommuurd of omdijkt om ze te beschermen tegen overstromingen, en wellicht ook tegen invallen, maar ze hadden eigenlijk geen waterbeheersingssysteem. Door de bewoning kwamen deze ‘steden’ steeds hoger te liggen en ontwikkelden zich dus eigenlijk tot een soort stadsterpen. Ze worden in een aantal gevallen “tells” genoemd.
In dit verband wordt Jericho op de Westelijke Jordaanoever, waarvan de oorspronkelijke muur dateert uit 8000 v.Chr. als de eerste ‘stad’ beschouwd. De archeologische plaats in het centrum van de stad, bekend als Tell es-Sultan, is in 2023 door UNESCO opgenomen in de werelderfgoedlijst en beschreven als de oudste versterkte stad ter wereld.
In de oude beschavingen in Egypte, maar ook in Mesopotamië, in de benedenstroomse riviervalleien van de Indus en de Ganges, en in China, Peru en Midden-Amerika, werden in een aantal gevallen al dijken en irrigatiekanalen aangelegd. Het is echter niet zeker of deze werken kunnen worden betitelt als 'polders' volgens de huidige definitie.
De Franse historisch-geograaf Paul Wagret (1968) heeft de aandacht gevestigd op de ‘inpoldering’ van laaggelegen moerasgebieden in het benedenstroomse deel van Mesopotamië, 4de of 3de millennium v.Chr, door de Sumeriërs. In deze 'prehistorische' polders was een dicht netwerk van sloten en kanalen aangelegd. Het feit dat de watergangen zo uitdrukkelijk worden genoemd wijst erop, dat de werken meer omvatten dan alleen bescherming tegen overstromingen. Het zouden dus echte polders zijn geweest. Deze redenatie lijkt mij de meest logische, wat zou betekenen dat het de Sumeriërs zijn geweest, die als eersten daadwerkelijk polders hebben aangelegd.
Op Wikipedia wordt gemeld dat Sumer wordt beschouwd als een van de eerste samenlevingen ter wereld waar alle kenmerken van een beschaving aanwezig waren. Het Sumerische rijk bestond uit een reeks stadstaten, ieder met een eigen vorst. Vanaf het midden van het 4e millennium v.Chr. werd de leider van de machtigste stadstaat erkend als de koning van de regio.
Ik ga komende tijd door met mijn zoektocht naar de eerste polder op aarde, waarbij mijn zoektocht zich in elk geval komende tijd beperkt tot het benedenstroomse deel van Mesopotamië.