Luchtoorlog boven Flevoland. Deel 15

Persoonlijke voorwerpen in vliegtuigwrakken

1 geïnteresseerde

"Vermist is erger dan dood." Het verhaal van de bergingsofficier die betrokken was bij de berging van - met name - geallieerde vliegtuigwrakken in de Flevolandse polders.

Kranteartikel

Kranteartikel 'Found Airmen Coming Home At Last' (Batavialand, collectie G.J. Zwanenburg).

Alle rechten voorbehouden

Vermist is erger dan dood. Dat is gewoon zo. Als je niet weet hoe of wat, is het veel erger. Wij hebben wel eens gedacht dat het openrijten is van oude wonden, maar dat is pertinent niet waar. De jongens die bij de berging zijn gevonden, zijn naar Amerika gebracht om daar begraven te worden. Amerikanen hebben nu nog de keus of ze begraven willen worden in Europa of in Amerika. En ik heb nog een stukje uit de krant van ‘Airman finally comes home’. En in die film Some of our airmen… are no longer missing praat de broer van die vlieger, hoe hij het beleefd had dat er iemand aan de deur kwam om te vertellen dat zijn broer gevonden was. Dat zijn emotionele zaken. En het viel niet altijd mee.

Als je 'vermist' dus om kon zetten in 'hij is daar en daar begraven’ is dat een soort bevrijding. En het is zelfs nog zo dat bij sommige mensen, vooral in Duitsland is dat zo, de gewoonte bestaat om één keer per jaar of vaker naar het graf te gaan van een goede bekende, om daar te vertellen wat er het afgelopen jaar gebeurd is. Als je dan niet zo’n graf hebt, kun je dat niet doen en dat is nog weer erger.

Je vond van alles. Menselijke dingen. Die mok bijvoorbeeld. Maar het simpele feit dat je dus een paar rijgschoenen vindt met wat erin, dat betekent dat je pertinent iemand hebt. Wie van de bemanning droeg nou dat soort schoenen? Ze hebben namelijk allemaal vlieglaarzen aan. Nou, de flight engineer. En dan kon je het achterhalen. Ik was dus tevens verantwoordelijk om te kijken naar welk deel van het vliegtuig werd gevonden en met wie. Als je delen van een geschutskoepel achterin vindt, kan het de piloot niet zijn en als je delen van de cockpit vindt, kan het de staartschutter niet zijn. Daar moest je allemaal naar kijken. Munten hadden ze bij zich. Gouden ringen. Sleuteltjes van kastjes. Dat soort zaken. Geen idee wat voor kastjes. Hoeveel kastjes heb je?? Engels geld uit die tijd. Dat vind je. Maar dat kun je niet terugvoeren op een persoon.

Dit is een papiertje van een radiotelegrafist. Als je zit uit te luisteren, dan zit je te tekenen. Dan doe je wat. Dat heb ik zelf ook gedaan. Maar hij heeft zichzelf getekend. Het is een Indiaan. Er zaten een hoop Indianen bij de verbindingsdienst, want die spraken onder elkaar Indiaans. En dan kon de vijand het niet verstaan. Snap je? Zo werkt dat.

Dit engeltje van zilverpapier hebben we een keer gevonden in de portemonnee van een vlieger. Hij was een paar maanden daarvoor getrouwd en het had op de bruidstaart gezeten. Dat zilverpapieren engeltje is naar de weduwe gegaan. Als je persoonlijke dingen vond en je wist van wie ze waren, dan gingen ze terug. Maar wij hebben zelf nooit contact gehad met de mensen. Wij hadden contact met de gravendiensten en die gaven dat door aan de officiële instanties. Ik moest mijn handtekening zetten onder de identiteit van het vliegtuig, dan ging het naar de ambassade en die regelde het verder met de overkant. Wij kwamen dus nooit in direct contact met de familie. Ik heb wel eens met families gesproken. Ik ben bijvoorbeeld een keer met een vrouw uit Engeland naar de plek gegaan waar het vliegtuig van haar broer was neergekomen.

Bronvermelding: Batavialand te Lelystad, interview met de heer G.J. Zwanenburg, 16 september 2009.

Alle rechten voorbehouden