Een eendjes voerende lerares werd niet gewaardeerd

De opbouw van de samenleving in de Noordoostpolder verliep in de beginperiode behoorlijk traditioneel. Leraressen die bijles gaven aan boeren of eendjes voerden konden rekenen op commentaar. Job Leber vertelt:

Fotocollectie Nieuw Land, Directie Wieringermeer; J. Potuyt

Nee, dat deed ze, ik denk dat ze een zaaltje afhuurde bij de kerk, bij de grote Jeruzalemkerk, die stond er ook al, daar heb je beneden allemaal vergaderruimtes. Eén van die kerels zal dit wel voor haar georganiseerd hebben. Dat deed ze dan niet. Eén keer in de week hadden ze dan zo’n zaaltje. En zij vond het leuk en die kerels vonden het leuk, die vrouwen vonden dat maar niets. Nee, nee. Dat soort dingen speelden, hè. Het was hier een bekrompen situatie.

Ik heb daar zelf geen last van gehad, maar toen mijn vrouw – om een voorbeeld te noemen – toen ik hier kwam was zij ook hier op kamers, ergens daar op de Dreef, Kampwal, bij heel aardige mensen. Dan heb je daar wat water, de stadsgracht. Daar zaten eendjes in. Mijn vrouw is altijd gek op beesten geweest. Dus ze keek vanuit haar kamer en zag die eendjes. Wat deed ze? Dan pakte ze een beetje brood en dan ging ze naar beneden en dan ging ze aan het water de eendjes voeren en roepen. Aan de overkant, aan de Korte Dreef, woonden allemaal de nette mensen. Dat gaf toch geen pas, dat zo’n jonge lerares daar zo stond en eendjes zat toe te roepen: ´Eendjes, eendjes, kom.´ Nee, dat deed je niet als jonge lerares!

Rector Groen woonde daar ook in het rijtje: ´Mevrouw Haeselo, ik wil even met u praten. Zoudt u dat niet willen doen; ik krijg er toch opmerkingen over.´ Dat waren de verhoudingen! Dat kon je niet maken! Zij droeg graag lange oorbellen. ´Niet doen! Neen, dat kan niet.´

Bron: Batavialand te Lelystad, interview met de heer Job Leber, 11 maart 2008.

Alle rechten voorbehouden