Boodschappen doen voor de Duitse wachtpost bij Vollenhove

1 geïnteresseerde

Dirk Kuik durfde als kwajongen het boodschappen doen voor de Duitse brugwacht niet te weigeren. Want ja, je kon wel doodgeschoten worden.

pont

Toen wij in de Noordoostpolder kwamen, waren de gezinsbarakken nog niet helemaal klaar. Die waren splinternieuw. Er was ook nog geen brug van Vollenhove naar de Noordoostpolder. Dat ging nog met een veerpont. Daar lag een pont en daar moest je mee naar de overkant. Meneer De Oude, later de brugwachter, was toen de pontbaas. Wij mochten als kleine jongens meehelpen die pont naar de overkant te trekken met zo’n kabel en zo’n houten soort knuppel. Dat vonden wij prachtig. We waren heel trots dat wij dat mochten doen als kleine jongetjes. Want ik was niet de enigste van mijn leeftijd die daar naartoe ging. Er was een gezinsbarak van vijf woningen en één van twee, dus in totaal zeven woningen. Daar woonde mijn vriend Gerrit Huitema.

Toen die brug klaar was, moesten wij alle dagen die brug over. En wij als jongetjes werden aangesteld als bediende van de slagboom. De brugwachter deed de brug omhoog en die draaide ‘m omlaag, maar ik mocht dan met nog een vriendje van mij de palen naar beneden draaien. De overwegpalen, net als bij het spoor. En wij moesten boodschappen doen voor de Duitsers, want er stond ook een Duitse wachtpost op die brug en die controleerde wat er de polder in ging en uitkwam. Die hadden bonnen en dan moesten wij als kwajongens brood bij de bakker halen. Wij durfden niet te weigeren, want ja, dan werd je doodgeschoten, dachten wij. Maar zover is het nooit gekomen.

Het was oorlog, dus er kwam nooit wat voor die paal te staan, want er waren geen auto’s. Er kwam niet veel verkeer de polder in. Hoogstens een keer een trekker, een paard en wagen en misschien eens iemand op de fiets ofzo.

Bronvermelding: Batavialand te Lelystad, project Verhalen Vissen, interview met Dirk Kuik in de bibliotheek in Emmeloord, 21 oktober 2011.

Alle rechten voorbehouden