“Waar blijven nu die kerkelijke positieve verhoudingen met Overijssel?”

1 geïnteresseerde

Begin jaren tachtig wilden veel Urkers liever bij Overijssel blijven dan opgaan in de provincie Flevoland. Religieuze gevoelens speelden hierbij een rol. Klaas Luut Koffeman:

De gemeenteraad van Urk, ca. 1986.

De gemeenteraad van Urk, ca. 1986 (foto: Museum Het Oude Raadhuis, Urk).

Alle rechten voorbehouden

Op een gegeven moment kreeg je de discussies op Urk over de Zondagswet, of de cafés op zondag open mochten zijn. In de gemeenteraad was men unaniem van mening dat de cafés op zondag dicht mochten blijven. Toen kreeg je hier de Chinees en zo. Toen kwam dat in de gemeenteraad ter sprake. De raad zei unaniem: “Nee, wij willen dat natuurlijk niet.” Op het moment dat wij besloten, tegen de landelijke Zondagswet in, om de zaak gesloten te houden, zat de griffier van Overijssel, een wat droge man met een mooi krijtjespak aan, op de tribune. De Urker gemeenteraad nam unaniem aan dat op zondag hier de zaak dicht gehouden moest worden. Dat was natuurlijk tegen de landswet, dus dat kon helemaal niet. Die griffier zat hier op de tribune de zaak te aanschouwen. Toen de vergadering was afgelopen stapte hij in de auto. Om tien uur was de raadsvergadering afgelopen, en om elf uur lag er een schorsingsbesluit van de Overijsselse Provinciale Staten dat het gecancelled was. Toen heb ik gezegd:

“Waar blijven nu die kerkelijke positieve verhoudingen met Overijssel?”

Bron: Batavialand te Lelystad, Project Provinciewording, Interview met K.L. Koffeman, 6 juni 2011.

Alle rechten voorbehouden