Ongewenste importsoorten

Soms komen planten die hier niet horen toch de polder in. Met geïmporteerd stro of via zaadbollen komen allerlei zaden mee. Evert de Boer heeft geen probleem met deze vorm van biotoopvervalsing. Wel met de opzettelijke introductie, bijvoorbeeld door zaaie

Duivekervel

Maar dat [de introductie van planten, red.] geldt ook voor zaden die men de dieren voert. Zaadbollen, die voor de vogeltjes, daar zit ook nog wel eens wat in waarvan je denkt, dat zou eigenlijk niet moeten. Ik heb het zelf ook wel eens ontdekt hoor, dat je denkt, die plant hoort hier niet. En het gesleep, als voorbeeld noem ik het maar. Hier, in dit gebied, heb je veel tulpenteelt. En als het stro schaars is dan wordt dat uit het buitenland gehaald en daar zitten heel vaak planten in. Noem eens een voorbeeld, duivekervel, wat ik nog nooit in de polder gevonden heb en wat bij mij op een gegeven moment massaal in het land stond, omdat dat stro dat op die tulpen lag uit Duitsland kwam en waar het heel veel voorkomt. En duivekervel is op zich niet zo’n zeldzame plant, maar in de granen bij ons komt dat gewoon niet voor. Daar komt het door, dat dit gebied, ja, door een flora bevolkt wordt door allerhande invloeden van buitenaf. En dat kan ook niet anders. Dr. Feekes heeft indertijd in de Wieringermeer ontdekt dat bijvoorbeeld een aantal planten losraakte van de grond in de herfst. Die gingen rollen en die kon je later honderden meters volgen, daar waar het zaad uitgespreid is. Dus zo verspreidt het zich, door de wind, maar ook door vogels.

Bron: Landschapsbeheer Flevoland. Interview met de heer Evert de Boer door Anke van Zwoll op 5 januari 2012.

Alle rechten voorbehouden