Koffieconcerten in De Meerpaal te Dronten in de jaren zeventig

1 geïnteresseerde

Aleid Zuidema-de Jonge vertelt:

Concert Meerpaal

Eppo van Veldhuizen, de burgemeester van Dronten, was voorzitter van het bestuur van De Meerpaal. Er was behoefte om wat apartere dingen te doen en een groep rond Bert Hoogeveen te maken. Dat heb ik tenminste toen begrepen van Van Veldhuizen. Er is toen een Culturele Commissie ingesteld. Die bestond uit Bram Voster, de boekhandelaar, die voorzitter was, Willem Blink als belangrijke man natuurlijk in de culturele wereld en ook in de praktische uitvoering (toneel), mevrouw Schilhorn-van Veen en ikzelf.

We bemoeiden ons met het totale programma, maar we hadden twee eigen dingen. Daar zijn we zelf meegekomen. Dat waren de koffieconcerten, dat initieerde ik, en dat waren de Kuiptrofeewedstrijden, die initieerde Willem Blink. En daar hadden we ook een groepje omheen. Willem deed dat bijvoorbeeld met mevrouw Schilhorn. En ikzelf zocht erbij die nodig was. Maar met de concerten deed ik al iets. Dus ik had al een klein beetje ervaring om daar iets mee te doen en we zijn bij de concerten echt geholpen door het Nederlands Impresariaat. Het Nederlands Impresariaat zorgde ervoor dat instellingen zoals wij - in plekken waar geen reguliere concertzaal was - financieel te ondersteunen, vaak ook in inhoudelijke zin, want ze hadden een keur aan musici die onder hun vleugels concerten gaven.
Dit waren onder andere jonge mensen, maar ook mensen die al gevierd waren en rustig al in het Concertgebouw in de kleine zaal optraden. Die konden we gesubsidieerd krijgen waardoor het ook voor ons te betalen was.

Ik geloof dat ik al heb verteld op welke wijze deze concerten onder de vlag van De Meerpaal zijn gekomen. Dat was heel bijzonder, want Van Veldhuizen wilde het niet. Die wilde er eigenlijk geen aan besteden. Hij wist al dat ik met concerten bezig was, maar hij vond dat te duur of te elitair, ik weet niet wat hij vond. Maar toen had hij de deal bedacht dat als ik een sponsor zou vinden - ik had een bedrag genoemd wat het sowieso zou gaan kosten - dan zou hij hetzelfde bedrag erbij leggen als de sponsor. Ik vond binnen twee dagen een sponsor. Die wilde anoniem blijven. Ja, dat was een probleem. En ik belde hem op: "Ik heb een sponsor." Hij geloofde mij niet. "Ja, het enige wat ik kan doen is het bedrag op een rekening zetten en dan geloof je het misschien, maar ik kan de naam niet noemen!" Hij kende de persoon, dus dat kon ik onmogelijk doen. En ik had beloofd dat ik het niet zou doen. En zo zijn de koffieconcerten begonnen. Hij dacht: "Dat krijgt ze nooit voor elkaar, dus laat maar zitten. Het komt er niet van!"

De concerten werden al redelijk gauw gehouden, want ik was al bezig met koffieconcerten in het oude gemeentehuisje. In de raadszaal van het oude gemeentehuisje - gewoon een rechthoekige houten zaal met een behoorlijke akoestiek - waren al koffieconcerten. Ze werden altijd gewoon overdag in het weekend gehouden. Kinderen konden mee. Ze hadden vaak heel veel kleine kinderen, jonge kinderen, moet ik zeggen. Ja, dat was heel grappig. We hadden in het oude gemeentehuis een kindercrèche, in de wethouderskamer. De andere wethouderkamer was solistenkamer. Het halletje er tussenin was foyer. En de raadszaal was de concertzaal. Alles regelden we zelf. De koffieconcerten waren mijn toko en Willem Blink had zijn toko van de Kuipwedstrijden, omdat hij daar ook de meeste contacten had. Maar iedereen sprong bij, wat hij bij kon springen voor zover nodig was.

Bron: Batavialand te Lelystad, Project Cultureel Flevoland, Interview met Aleid Zuidema-de Jonge, 12 mei 2005.

Alle rechten voorbehouden