"Jij moet gewoon gaan werken!”

In een stad in opbouw kan de eenzaamheid snel toeslaan. Sociale contacten vinden vooral in kleine groepjes plaats waarin meestal dezelfde plaat wordt gedraaid. Thea Laffra vertelt.

1 geïnteresseerde
Capi-lux op industrieterrein Oostervaart, midden jaren tachtig

(foto Jan Blom, bron Nieuw Land).

Alle rechten voorbehouden

Op een gegeven moment ben ik naar de huisarts gegaan. Eerst had ik in de krant nog gelezen over een soort Rooie Vrouwen in Lelystad. Die organiseerden in het buurtcentrum van het Karveel, dat is nu de Boeierschool, koffieochtenden. En Truida Jonkman, die hier later wethouder werd, kwam daar vertellen. Op zich vond ik dat allemaal wel interessant, maar toen werd dat ook weer een clubje van vrouwen die dan met al hun kindjes in de wagen kwamen. Toen werden er ook dagboeken bijgehouden over sterilisatie of de pil, dat ik dacht: “Oh, gadverdamme! Hier heb ik helemaal geen zin in!” “En mag ik bij jou op de koffie?” Ik dacht: “Ik vind jou helemaal niet zo leuk!” Toen kreeg weer het beklemmende gevoel dat ik ook met die vrouwen in de straat had. Dus, toen was ik daar klaar mee. Toen ben ik naar de huisarts gegaan en zei: “Ik ben diep ongelukkig! Ik heb nu eigenlijk alles zoals het behoort te zijn: huisje, boompje, beestje, maar ik wil kruipend over die dijk terug naar Amsterdam. Ik vind het vreselijk hier!”
Toen zei mijn huisarts: “Dan moet je maar eens naar een maatschappelijk werker.” Hij werd ook doodziek van al die moeders. In de krant stond: “Huisarts stopt ermee, want hij wordt gek van al die jankende moeders.” Dat was dokter Keizer, hij wilde aan manuele therapie doen. Bij ieder ding gingen ze naar die huisarts, terwijl een ander dat zelf wel oploste. Maar dat had natuurlijk een reden. Je zocht wat, de mensen waren toch niet zo gelukkig. En weet je wat die maatschappelijk werker zei: “Weet je wat het met jou is? Jij moet gewoon gaan werken!” “Ja, maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan!” Het was 1980 en er was grote werkloosheid! Er was ook bijna geen werkgelegenheid in Lelystad. Je had feitelijk alleen de gemeente Lelystad die net van start was gegaan, de Rijksdienst en de Capi-lux. Iedereen ging naar de Oostervaart, want die hadden een crèche. Iedereen deed toen nog zijn filmrolletje in een enveloppe en daar werden alle filmrolletjes ontwikkeld. Dat was booming. Dat was big business! Toen stond er op een gegeven moment een advertentie in de krant van de gemeente Lelystad en die zochten iemand voor Burgerzaken. Het ging om een parttime baan. Ik dacht: “Oh, dat is goed te combineren.” Mijn twee kinderen gingen ondertussen naar school en er was crèche, maar ik kon proberen in de schooltijden te werken. Toen heb ik gesolliciteerd.

Bron: Project Nederlanders – Wereldburgers, interview met Thea Laffra op 17 september 2012 te Lelystad.

Alle rechten voorbehouden