In 1959 naar Oostelijk Flevoland als bulldozerchauffeur

1 geïnteresseerde

Ron Cuelenaere vertelt over zijn komst naar de IJsselmeerpolders:

Bulldozer Oostelijk Flevoland

Bulldozer in Oostelijk Flevoland, juni 1958 (foto Rob Behrens, Nationaal Archief/Anefo).

Ik ben in 1959 in deze polder gekomen. Ik was bulldozerchauffeur en zat bij de eerste dertig chauffeurs die in kamp Dronten kwamen. Dat was in de eerste barak die neergezet werd. Na twee dagen zaten er zoveel ratten onder die barak, dat vier jongens na een paar dagen in het kamp zijn gebleven om er gaten onder te maken en rattengif eronder te leggen. Er was gewoon niet te slapen, nee, het was ’s nachts gewoon bal eronder. Ja, prachtige herinnering.

In 1959 zijn we getrouwd en hebben we een salonwagen gekocht. Toen zijn we in Roggebotsluis bij die huisjes gaan staan. Dat waren de eerste huisjes. Aan de Wagenweg stonden een stuk of tien salonwagens. Wij stonden er, Blink, Bartels, een draglinemachinist, Overbeke en Olieman.

Ik lag in het kamp in Dronten en er waren maar een beperkt aantal woningen in Kampen beschikbaar voor polderwerkers. Vooral mensen met gezinnen gingen voor. Tja, en toen wij trouwden, was er niets. En ik kwam toen net op de cursus voor landbouwkundig opzichter. Tja, in het kamp was moeilijk studeren. Nu, wat doen we? "Salonwagen!" Dat zei Willem Blink. Met hem zat ik op de cursus en die kon praten! "Een salonwagen, kom eens kijken!" Ik: "Ja, dat zijn mooie kleine huisjes." Dat ding was een meter of vijftien, zestien lang en 2½ meter breed. Ja, als je jong bent, heb je nog niet zoveel plaats nodig met zijn tweetjes. Dat was fantastisch. Twee slaapkamers, een mooie keuken, een hele mooie woonkamer, een douche erin, alles erin. Dat is perfect. Dus dan daarin.

In de zomer van 1960, net in de bouwvak, najaar 1960 zijn we verhuisd naar de Olderbroekerweg, tractor voor de salonwagen en daarheen. In augustus werd ik hier opzichter en ik moest ik met mijn brommertje op en neer van Roggebotsluis naar hier. Bastiaansen zat hier toen net over de brug, was hij landbouwkundig opzichter. Dus daarnaast, er stonden altijd twee schuren bij een landbouwkundig opzichter, één waar het huis bij stond en de andere echt voor materiaal. Ja, altijd twee schuren, apart twee kavels over de sloot. Daar zijn wij toen gaan staan. Ik was er altijd dichtbij. In de zomer van 1961 - net met de bouwvak - was ons huis klaar en zijn we daar gaan wonen.

Bron: Batavialand te Lelystad, Project Cultureel Flevoland, Interview met Rob Cuelenaere, 16 maart 2005.

Alle rechten voorbehouden