Opvang van werkloze jongeren

Toen Fred Noeken in 1982 naar Lelystad verhuisde, raakte hij hier betrokken bij de opvang van werkloze jongeren. Dit was een zware opgave, maar hij heeft er toch iets moois aan over gehouden. Fred Noeken vertelt.

Toen kreeg je de situatie dat kinderen geen uitkering meer kregen als de ouders al een uitkering kregen, want die hoorden bij het gezin. Er zijn toen een hoop jongelui het huis uitgezet, gewoon omdat het anders niet meer te betalen was. Toen ben ik een soort opvanghuis begonnen, met medewerking van de MADI, de RIAGG, de gemeente, de politie. Jongelui die op straat werden gevonden en geen onderdak hadden, werden naar mij verwezen en ik zorgde weer dat ze onderdak konden krijgen. … Ze hadden een uitkering. Die jongens betaalden een bepaald bedrag per maand (ik geloof dat het 250 gulden was) en ik zorgde er dan voor dat ze eten, drinken en kleren kregen. Ze mochten geen drugs gebruiken. En toen ben ik samen met jongerenwerk woonruimte gaan zoeken, zelfstandig als ze oud genoeg waren, of bij familie in. Zo werkte dat…. Dat heb ik twee of drie jaar gedaan en toen werd ik er langzamerhand gek van. Toen heb ik ze er allemaal eruit gegooid op een nette manier, op één na, want die wilde niet weg. Die zat goed, zei hij. Ik had geen hekel aan dat joch, dus laat maar blijven, we zien wel wat er gebeurt. Hij woont hier achter. Hij heeft twee kanjers van zoons, uiteraard getrouwd. Ik ben opa voor die jongens, ik ben vader voor hem. En ik was alleen. Nu heb ik toch mijn zoon en mijn kleinkinderen aan dat opvangcentrum overgehouden! Dat is toch mooi dat dat bestaat, vind ik.

Kantoor van de Stichting Maatschappelijke Dienstverlening

(foto H. Hutten, bron Nieuw Land).

Alle rechten voorbehouden

Bron: Project Nederlanders – Wereldburgers, interview met Fred Noeken op 19 november 2012 te Lelystad.

Alle rechten voorbehouden