Een maand in de nieuwe polder

Landbouwstage van Janne Groenewolt in de Noordoostpolder (1953)

1 geïnteresseerde

In de jaren vijftig van de vorige eeuw studeerde onze moeder, Janne Groenewolt (1934-2012), landbouweconomie aan de Landbouwhogeschool in haar geboorteplaats Wageningen. Tijdens praktijkstages maakte ze kennis met het agrarische leven. In april 1953 verbleef ze een maand op een boerderij in de Noordoostpolder. Vanaf dit praktijkadres stuurde ze onderstaande brief aan haar medestudentes.

Janne Groenewolt (1934-2012)

(zondag 12 april)
Aan de studerende studentendames Inez en Doortje.

Vorderen de werkzaamheden, gaan de kennis en het inzicht snel omhoog?
Dan zullen jullie straks toe zijn aan het onbezorgde praktikantenbestaan. Hoe onbezorgd dit is kan ik met enige voorbeelden makkelijk duidelijk maken. Neem bv. afgelopen vrijdag: 7.30 uur op, ontbijt, afwas, schoonmaak. ’s Middags het land in om die plekken waar de zaaimachine de haver niet heeft laten vallen, met de hand bij te zaaien, keurig op rijen. Je bent dan midden in het land en voor je het weet ook midden in een neerstortende gietbui en dien ten gevolge ook voor je het weet kletsnat. Je rent een eind in een hopeloze poging nog iets droog te houden. Onderweg pik je de trekker met zwaarbeladen kunstmestwagen erachter en bent blij dat je niet rijdt want het zicht is slecht en de weg glibberklei. Of zaterdag, de voor arbeiders vrije zaterdagmiddag, sta je een groot deel van de middag op de zaaimachine om bieten te zaaien. Dan in een stralende zon en wind werk je je lekker warm.

Hier heb ik in die paar dagen al haast meer gedaan dan in Woudsend. Het is geweldig leuk, ik mag van alles mee doen en bovendien is het ook nog zinvol werk. Het aardappel poten moet nu ook zo gauw het kan gebeuren. Daar zal ik de hele dagen mee moeten helpen (half 6 op geloof ik en in het weekend ’s avonds langer door) gedurende 3 of 4 dagen. Ik zit nu ook geweldig op droog weer te hopen, zodat we voor vrijdag klaar zijn, opdat ik naar Wageningen kan komen. Dat is wel een mooie toestand, we zitten allemaal voor op onze stoel naar de weerberichten te luisteren en kijken de hele dag met bezorgde blikken naar de lucht.

Ik heb het hier wel bizonder goed getroffen, Anja [de boerin] is nl. voor Rollecate [landbouwhuishoudschool] ook in praktijk geweest en bedenkt steeds van alles voor me of stuurt me het land in. Zo ben ik naar de plattelandsvrouwen geweest, een prachtige bijeenkomst, er werden diploma’s uitgereikt voor de prestaties op handwerkgebied en het begeleidend speechje animeerde de dames om Emmeloord volgende keer beter uit de bus te laten komen in deze sport die iedere vrouw moet boeien. Volgende keer ga ik mee naar het consultatiebureau. Verder hebben we een middag de groentetuin bij de boerderij ingezaaid.

Vandaag hebben we met de auto een uitgebreide tocht door de nieuwe polder gemaakt. Een deel is al helemaal bebouwd en bijna klaar om uitgereikt te worden terwijl op andere plaatsen alleen nog maar moeras en drijfzand is. De overgang is de ontginning, dat gaf een Amerikaans idee. Ik weet niet hoe het verder gaat maar het ziet er naar uit dat ik het hier best een maand uit kan houden.

Maandag in Den Haag ben ik na het LEI [Landbouw Economisch Instituut] op het ministerie terechtgekomen. Na eerst 10 minuten met de lift geknoeid te hebben kwam ik eindelijk bij kamer 7623. Te hoog nummer om belangrijk te zijn, zou je op het eerste gezicht zeggen, maar dat was natuurlijk niet waar. De man waar het om draaide was weg, nu moet ik nog eens schrijven. Hopelijk kom ik er terecht want het lijkt me geweldige bureaucratie en dat wil ik wel eens mee maken.

Tot slot wens ik jullie geweldig veel succes en sterkte en tot vrijdag.
(donderdag moet ik zeker nog poten) groeten aan Ank en Elly
Janne

(De brief werd in 2012 door Doortje Haan-Wiegman aan de kinderen van Janne Minkema-Groenewolt gestuurd.)

Alle rechten voorbehouden