Artikel

Héb je een schuilkelder, staat ‘ie nonstop onder water!

De familie Van Roeden bouwde na een aanval van een geallieerde jager bij hun barak zelf een schuilkelder. Alleen pakte dat goede idee niet zo uit als ze hadden gehoopt.

Het was zo, ’s morgens vroeg om acht uur begon het al aan te rommelen met die vliegtuigen. Dan gingen er massa’s vliegtuigen overheen. Voor onze gezinsbarak stond een loods en daar stonden machines in. En wat wil het nou: op een gegeven moment duikt er een jager over onze barakken en die schiet het hele dak van die loods aan flarden. In paniek vluchtten wij de barak uit om dekking te zoeken in een greppel achter de barak. Daar stond zomer en winter nooit water in. Er was wel een schuilkelder, maar die stond op de dijk, dat was te ver om een veilig heenkomen te zoeken. Wij zijn diezelfde dag, samen met de buren, een schuilkelder boven de greppel gaan bouwen. Mijn vader had in de barak, in mijn slaapkamer, een achteruitgang gemaakt. Gewoon een deur, zodat we er zo naartoe konden vluchten. De schuilkelder was klaar. Dus wij allemaal blij: we hadden nu een veilige plek van strobalen, hout en zand gebouwd. Maar het lot besliste anders: de eerste regenbui kwam en de schuilkelder stond onder water. En vanaf dat moment heeft die schuilkelder altijd onder water gestaan, haha! Je kon er niet in zitten. Mijn vader heeft er nog een handpomp geplaatst, maar dat was ook geen succes, dus we waren weer terug bij af. Het grappig van dit verhaal is: in de strobalen die we gebruikt hadden zaten nog veel graankorrels en die begonnen mooi uit te lopen, dus wij hadden een prachtige korenberg in de tuin.
Mijn zus Annie was vreselijk bang altijd. Als er een vliegtuig aankwam, vloog ze al naar de dijk toe. Maar ik ben eigenlijk wat dat betreft niet bang geweest, alhoewel ik zelf ook wel vervelende dingen meegemaakt heb.

Bron: Nieuw Land Erfgoedcentrum, interview met Jan van Roeden, 19 maart 2014.

Alle rechten voorbehouden