Artikel

Levensgevaarlijke beschietingen onderweg naar school

Naarmate de oorlog vorderde schoten geallieerde jagers steeds meer op alles wat bewoog. Jan van Roeden kreeg daar met zijn klasgenoten volop mee te maken.

We gingen net twee maanden naar de MULO in Kampen. We hadden de zevende klas gehad. Daarin had meester Reuvers ons het laatste jaar op MULO-niveau gebracht, zodat we zo in zouden kunnen stromen. Wij naar Kampen. We waren ongeveer bij het witte brugje op Kampereiland. Vrachtrijder Keulen rijdt ons nog voorbij en toen zien we in één keer achter ons een vliegtuig naar beneden duiken. Die jongens in die jagers waren wel zo netjes dat ze er eerst overheen gingen en dan draaiden. Dat moet je met een straaljager niet doen. En die vent springt uit de cabine en schreeuwt: ‘Dekken!!!’ We zien dat toestel komen, draaien, en die gaat me schieten, over die weg heen. Het was net alsof er een ploeg doorheen ging en wij lagen aan de kant. Die vrachtwagen was net een zeef.
We mochten toen niet meer naar school. Er waren pamfletten door die vliegers uitgegooid: alles wat bewoog werd onder vuur genomen. Dat was natuurlijk om de hele structuur van het transport door elkaar te gooien. We waren dus wel gewaarschuwd.
Hetzelfde heb ik ook meegemaakt op de dijk bij Ramspol. Ik was op een kavel erachter bij de loods aan het aren lezen. En die lui van de Cultuur waren de schoven aan het opladen toen er een vliegtuig aan de overkant van het kanaal op de Kamperweg een auto onder vuur nam. Het bleek de dierenarts van de Ramspol met twee medewerkers, Feit en Dub Sul. Feit was zwaargewond, dokter Bakker was gewond en Dub Sul had volgens mij niets. Feit is later aan zijn verwondingen overleden. Het trieste was dat beide medewerkers goede kennissen waren van mijn zus.

Bron: Nieuw Land Erfgoedcentrum, interview met Jan van Roeden, 19 maart 2014.

Alle rechten voorbehouden