Artikel

In het Kuinderbos komen varens voor die je eigenlijk alleen maar hoog in de bergen tegenkomt

De bodemsamenstelling in het Kuinderbos zorgt voor bijzondere vegetatie. Boswachter Ties Hanssens vertelt:

kuinderbos

Het Kuinderbos in april 1969 (foto Eric Koch, Nationaal Archief/Anefo, Public Domain).

Die aanzet van het begin van die lupines en margrieten, ja, dat verdwijnt. Die krijgen geen licht meer en dan houdt dat vanzelf op. De boswachterij is nu een zestig jaar. Je hebt nog steeds op verschillende plaatsen open stukjes en daar komen ze nog steeds voor. Dan zie je hier en daar zomaar weer een paar lupines of margrieten staan. Dat zijn allemaal overblijfselen van die beginjaren. Maar het is eigenlijk vrij zeldzaam. Het komt hier en daar nog een enkele keer voor. Daarvoor in de plaats komen weer andere plaatsen, met name wat vochtigere plekken. Zo komen er ook al wat verschillende orchideeën in de boswachterij voor. En we hebben een centrale waterplas waar ook verscheidene orchideeënsoorten voorkomen en heideplanten die er voorheen nooit voorkwamen. Maar door de afgraving van de bodem en met name als dat een beetje schuin afgegraven wordt, kom je verschillende grondsoorten tegen. Dan ook waar die heideplanten voorkomen en zonnedauw. Zo komen ook met name in het Kuinderbos varensoorten voor die in Europa eigenlijk amper meer voorkomen. Dat ligt puur aan de bodemsoort. Dat is het voordeel van die greppels die toentertijd gegraven zijn. Dat komt eigenlijk nu tot uiting, omdat je in die greppels verschillende grondsoorten tegenkomt en die specifieke varensoorten willen zich alleen maar op bepaalde grondsoorten voortplanten. Zo heb je soorten die hoog in de bergen voorkomen, die ook hier in die greppels groeien. Heel bijzondere soorten.

Toen was het landschap in de Noordoostpolder wijds en overzichtelijk. Vergeleken met toen is het behoorlijk… dichtgebouwd wil ik eigenlijk niet zeggen, maar het begint al mooi in de richting te lijken van het oude land. En met name deze oosthoek van de Noordoostpolder. Kom je verder richting Emmeloord enzo, dan wordt het wat wijder. Maar eigenlijk de hele strook vanaf Lemmer naar Vollenhove, die was ook het eerst in ontwikkeling natuurlijk, die was het eerste drooggevallen. Daar waren ook de eerste activiteiten en de eerste begroeiing en de eerste bebouwingen. En ja, deze omgeving, en dan praat ik dan niet alleen over de bossen, maar als je deze omgeving hebt, dan is er ontzettend veel bloementeelt gekomen. Kassenbouw met name. Het nadeel daarvan is dat je eigenlijk geen normale nachten meer hebt. Het is ‘s nachts net zo licht als overdag. Ik heb het ook weleens gehad, dan reed je over de Oosterringweg en dan was het zo licht dan deed ik het licht maar uit, want je zag net zoveel als overdag, dat is weer een nadeel. Sterren zie je nog amper. Ja, het ene voordeel heb zijn nadeel, zegt Cruiffie, maar zo is het wel. Maar verder hebben we in deze polder gelukkig weinig zwaardere industrie, want daar zit ik eigenlijk helemaal niet op te wachten. Nee. Deze ontwikkeling gaat nog wel.

Bron: Landschapsbeheer Flevoland, interview met Ties Hanssens door Hillie de Jong, 11 januari 2011.

Alle rechten voorbehouden