“Een borrel en sigaren, maar de volgende dag gewoon weer door”

Pieter Gerssen (1920) stond in zijn jeugd bekend als Pieter van Albino, een winkel op Urk nu vergelijkbaar met de Spar. Zijn vader was eigenaar van deze winkel en was bovendien scheepstimmerman. Hij zorgde samen met Pieters oom voor het onderhoud van de haven. De erfenis van twee rechterhanden en een sterk arbeidsethos zorgden ervoor dat Pieter rond zijn achttiende mee ging werken aan de Zuiderzeewerken.

Pieter Gerssen.JPG

Als jongvolwassene mocht Pieter voor de firma Zanen en Verstoep verschillende taken verrichten bij het bouwen van de Lemsterdijk tussen Urk en Lemmer: heien, T-schotten plaatsen, paaltjes slaan. Op de vraag hoe de dijk werd opgebouwd, beginnen zijn ogen te glinsteren en vertelt hij trots: “Eerst boor je gaten en daarna graaf je een geul met behulp van baggermolens, dan komen er diverse lagen van zand, keileem en basalt. Alles is gefundeerd met zinkstukken van rijshout en zetsteen, om verzakking van de dijk te voorkomen. Bovenop werd gras gezaaid. Door een smalle rij klinkers kon je net aan de schuine zijde van de dijk fietsen. Dit scheelde voor alle arbeiders veel tijd om er te komen, maar vergde uiterste concentratie.”

Pieter werkte aan de binnenkant van de dijk. “Zodra de polder was leeggepompt, werd dit binnenwerk weggehaald. Toen het project in oktober 1939 af was, was er een feestelijke opening met een borrel en sigaren. Maar kort daarop konden we meteen verder met het onderhoud van de dijk en de inrichting van het nieuwe land. Met een schop groeven we in ploegen van tien man kilometers sloten en greppels. We werkten samen met mannen uit Genemuiden en Kampen en hoewel er geen gezamenlijk bid-moment was voor het schaften, gingen de meesten wel even ‘achter de pet’. De werktijden waren in principe van 7.00 uur tot 18.00 uur, maar als de perszuiger het niet deed, kon het ook nog wel langer zijn. Als dijkwerkers verdienden we zo’n 18 gulden per week, afhankelijk van het aantal meters. Daarmee kon ik ons huurhuisje van het Patrimonium betalen en de monden voeden van acht kinderen.”

Op de vraag hoe hij dacht over het meewerken aan zo’n bijzonder project als de Zuiderzeewerken is het nuchtere antwoord: “Je dacht niet zoveel. Het was een kwestie van werken en geld verdienen en dit was de manier.” Omdat het een fysiek zwaar beroep was, werden de spaarzame vrije uren gevuld met slapen. En in de weekenden als koordirigent en als onderwijzer op de zondagsschool. Na de tweede zondagsdienst, was het alweer tijd om je op te maken voor het zware werk op maandag. De drang om te werken heeft Pieter Gerssen altijd gehad. Tot zijn 77’ste heeft hij bij Vishandel Baarssen “met schol staan schuiven”. Nu is het in verzorgingshuis Talma Haven tijd voor wat welverdiende rust.

Dit verhaal is geschreven in het kader van Erfgoed pop-up's van de provincie Flevoland. Onderdeel van het programma Het Verhaal van Flevoland. Tekst en beeld: Marleen Hallie // ErfgoedinZicht.