"Geef die jongen een huis, kom op!"

Hoe kom je aan een woning in Dronten?

Ton Boot, zoon van een bedrijfsboer uit de Wieringermeer, wilde graag in aanmerking komen voor een landbouwbedrijf in Oostelijk Flevoland. Hij besloot als tractorchauffeur bij Jan Maris, eigenaar van het grootste loonwerkersbedrijf in West-Europa, te gaan werken; zo zat hij dichter bij het vuur. De echtgenote van Boot woonde nog in de Wieringermeer en hij wilde haar graag naar Oostelijk Flevoland halen. Ton Boot vertelt:

Jan Maris

Jan Maris met zijn combines aan de Hoge Sluiswal in Marknesse, jaren zestig (Batavialand, collectie Roel Winter).

Alle rechten voorbehouden

Ik ben naar de Rijksdienst gegaan – want het was toen allemaal nog Rijksdienst – en heb gezegd: “Ik wil graag een huis in Dronten.” Daar zat een ambtenaar. Ik zie hem nog zitten; hij droeg een ouderwets ziekenfondsbrilletje. Hij zegt:

“Nee, nee, nee, je kunt een huis krijgen in Biddinghuizen of in Swifterbant, maar niet in Dronten! Dronten moet even stoppen, want die andere dorpen moeten groter worden.”

Ik zeg: “Maar mijn werk is in Dronten!” Hij zegt: “Nee, je krijgt geen huis in Dronten!” [...]

Ik naar Maris en ik zeg:

“Luister eens, Maris, maandag ben ik er niet meer, zij zit alleen met twee kleine kinders. [...] Zij zit daar in een buitengebied. Dat kan niet meer.”

Hij zegt: “Maar waarom?” “Ze willen mij geen huis in Dronten geven.” Maris was een man van heel weinig woorden. Hij zei ook verder niks. Ik ging verder met mijn werk. Nog geen twintig minuten later: “Ton, sleutel halen!” Ik op de fiets naar de Rijksdienst. Daar zat die ambtenaar, met een rooie kop. Hij was woest. Hij zegt: “Ja!” Ik: “Ja, ik kom mijn sleutel halen.” “Ja, dat heb ik gehoord, ja! Je kunt daar, daar en daar wonen.” Toen heb ik dit huis gekozen. Ik zeg: “Deze!” Hij keek me eens aan: “Dat zijn de duurste huizen van Dronten! Je bent maar tractorchauffeur, hoor!” Ik zeg: “Dat gaat je geen flikker aan! Hier die sleutel!”

Wat bleek nou: omdat Maris zo’n groot loonbedrijf had, hielp hij de Rijksdienst heel dikwijls. Hij zat eigenlijk heel dikwijls met die grote jongens aan dezelfde tafel. Dus hij is daar naartoe gewandeld:

“Jongens, doe eens niet zo lullig! Geef die jongen een huis, kom op!”

En dat was alles. Wat bleek: veertien dagen vóór die tijd zijn we hier eens gaan kijken. “Wat is dit eigenlijk voor een dorp?” Dat was in het weekend. Die huizen verderop stonden er allemaal al en hier stonden funderingen. Toen zei jij [Corry Boot] tegen mij: “Ja, hier zou ik wel eens een huisje willen hebben.”

Bron: Batavialand te Lelystad, Project 50 jaar OFW, Interview met Ton en Corry Boot, 15 oktober 2018.

Alle rechten voorbehouden