In een caravan op de kavel

Pionieren in Zeewolde

De Friese boerenzoon Bauke Bierma kreeg eind jaren zeventig een boerenbedrijf in Zeewolde toegewezen. Omdat de boerderij nog niet bewoonbaar was, werd besloten dat zijn ouders een tijdje in een caravan op het terrein zouden gaan wonen. De omstandigheden in die begintijd waren ruig. Renske Bierma vertelt:

Trekkersveld

Industrieterrein Trekkersveld, ca. 1980 (collectie J. Poelhekke)

Alle rechten voorbehouden

De ouders van Bauke zijn in mei ‘79 al naar hier gekomen. Zij hebben een caravan hier neergezet, want ja; de werkzaamheden begonnen hier natuurlijk al in 1979 of zelfs 1978. In oktober is het land uitgegeven en de Rijksdienst [voor de IJsselmeerpolders] had hier toen al geploegd en gezaaid. Die had al wintertarwe gezaaid. Want de uitgifte was eigenlijk een beetje aan de late kant. Normaal gesproken moet je die werkzaamheden vóór die tijd doen; je doet ze in het najaar, zodat je dus daarna kunt zaaien en poten en dat soort dingen.

Maar wat bleek nou: de voorzieningen waren hier nog lang niet op orde. Dat betekende dus dat er nog geen elektriciteit was, geen gas, geen water en licht, en geen telefoonverbinding. De Rijksdienst wist dat ze daarmee in gebreke bleef en kon mensen dus niet de volledige woonmogelijkheden geven. Daarom mochten we nog een jaar op de boerderij in Friesland blijven. Want normaal gesproken hadden we daar moeten stoppen en hiernaartoe moeten komen. Maar we zijn dus een jaar langer daar gebleven en toen is die keuze gemaakt, eigenlijk door mijn schoonouders. Mijn schoonmoeder was zo enthousiast; die wilde wel heel graag naar de polder. Ik was nog werkzaam in het ziekenhuis. En het was op dat moment ook het meest praktische dat we eigenlijk nog een jaar op de boerderij bleven, of tenminste Bauke, en dat zij hier naar toe gingen. Dus dat is gebeurd.

Zij zijn hier gekomen in april, mei. De caravan was dus hier geplaatst. Het toeval wilde dat onze overburen daar ook al zaten met hun gezin. Zij waren de eerste bewoners die hier al permanent woonden. Voor de rest waren de kavels wel uitgegeven, maar die mensen pendelden nog. Ze hadden wel een caravan op de kavel waar ze konden koffie drinken en eten. Maar ze pendelden dan nog heen en weer naar het oude land. Dus dat was een hele toevallige bijkomstigheid. Mijn schoonmoeder vertelde dat het achteraf gezien wel heel fijn was dat daar dus mensen woonden. Want in het jaar dat zij hier zijn gekomen was het een heel nat najaar, met heel veel harde wind. Zij hebben echt een periode gehad dat ze hier pionierden, letterlijk pionierden. Ze zaten echt in de modder. Omdat er dus geen gas, water en licht was, moest je zelf wat voorzieningen treffen. Een hele winter met kaarslicht is natuurlijk niet leuk. En je kunt ook geen wasje draaien. Onze buren hadden dus een noodaggregaat staan en daar hebben zij dus samen gebruik van kunnen maken.

Maar als je bijvoorbeeld iemand moest bellen, dan kon je dat alleen maar doen door naar Trekkersveld te gaan. Daar was een chauffeurscafeetje. Verder was het ook nog niet heel erg ontwikkeld. Dat was bedoeld voor mechanisatiebedrijven en bedrijven in de landbouw. Dus je kunt wel nagaan: dit was echt pionieren.

Bron: Landschapsbeheer Flevoland, interview van Harry de Jonge met Renske Bierma, 16 september 2019.

Alle rechten voorbehouden