“We vragen het de archeologen maar, want het zit in de grond”

Archeologie van de Tweede Wereldoorlog

In 2008 werden in een deel van het Markermeer dat bij Almere hoort resten gevonden van een Short Stirling, een Brits vliegtuig uit de Tweede Wereldoorlog. Een particuliere organisatie, de Stichting Aircraft Recovery Group uit Heemskerk, bracht stukken van het wrak naar boven. De gemeente Almere wist aanvankelijk niet wat ze met de vondst van de Short Stirling aan moest. Archeoloog Dick de Jager werkte toen nog maar net als beleidsadviseur bij de gemeente. Hij legt uit:

Motorblok

Cilinderblok van Short Stirling BF523, een viermotorige bommenwerper van No 90 Squadron van de Royal Air Force. Het vliegtuig nam in de nacht van 12 op 13 mei 1943 deel aan een aanval op Duisburg. Onderweg naar huis werd Short Stirling BF523 aangevallen door een Duitse nachtjager. Het stortte neer en sloeg te pletter op het IJsselmeer. Alle zeven bemanningsleden kwamen om. Het toestel kwam bij het droogvallen van Zuidelijk Flevoland weer boven water en werd in juni 1972 geborgen door de Bergingsdienst van de Koninklijke Luchtmacht (foto Henk Hutten, Batavialand, collectie Henk Hutten).

Alle rechten voorbehouden

Het gebeurde eigenlijk vlak nadat ik hier kwam werken. De eerste periode heeft Lelystad de contacten gehad, omdat de Aircraft Recovery Group dacht dat ze in het gebied van Lelystad bezig waren. Ze dachten de BK710 geïdentificeerd te hebben. Ze hebben dus nabestaanden opgezocht, en de brieven van die nabestaanden zijn richting Lelystad gegaan. De melding van de vondst van het vliegtuig is ook naar Lelystad gegaan. Pas na twee jaar kwamen ze erachter dat het Almere was. Toen heeft de afdeling Veiligheid – want daar was het bij terecht gekomen in Lelystad – gezegd: “Almere, hier hebben jullie het dossier.”

Bij ons is het ook bij de afdeling Veiligheid terecht gekomen, dus het kabinet van de burgemeester in feite. Die zaten er ook een beetje mee: “Wat moeten we hier mee?” Toen hebben ze gedacht: “We vragen het de archeologen maar, want het zit in de grond.” Op dat ogenblik werd de Tweede Wereldoorlog nog niet echt beschouwd als archeologie.

Ik geloof dat [resten van de Tweede Wereldoorlog pas] sinds 2008, met de Wet op de Archeologische Monumentenzorg, gingen vallen onder archeologische monumentenzorg. Toen is de periode van vijftig jaar uit de wet verdwenen. Nu is het criterium alleen nog maar iets uit het verleden van cultuurhistorisch belang. Er zijn [academische] specialisten ontstaan, ja. Het zijn er maar een paar, natuurlijk. Het wordt ook wel meegenomen in de propedeuse, denk ik. Er zijn een paar colleges. 

Rijkswaterstaat heeft na de oorlog een aantal bergingen gedaan. Ik denk dat het wel altijd een wettelijke taak van Defensie is geweest, maar dat de prioriteiten ergens anders lagen. Toen met [Gerrit] Zwanenburg kwam het op gang. 

Want we weten dat in de omgeving van ‘ons’ vliegtuig een staartstuk is geborgen. We weten niet eens in welk jaar en we weten ook niet van welk type het is geweest. De coördinaten waren ongeveer 1,5 kilometer bij ‘ons’ vliegtuig vandaan. Maar ik heb toch sterk het vermoeden – dat kunnen we nooit meer bewijzen – dat dat het staartstuk van dit vliegtuig was.

Bron: Erfgoedpark Batavialand, Project Short Stirling, interview met Dick de Jager, 16 november 2020.

Alle rechten voorbehouden