Boeren uit Walcheren naar de Noordoostpolder

De Directie was helemaal gericht op het belang van de landbouw

A.G. Lindenbergh is geïnterviewd voor het project Zeeuwse pachters in de Noordoostpolder en vertelt over de criteria die werden gehanteerd bij de selectie van de Walcherse boeren.

boeruitwalcheren

Een boer uit Walcheren bewerkt zijn nieuwe land bij Marknesse, oktober 1949 (foto Winterbergen, Nationaal Archief/Anefo, Public Domain).

De selecteurs hadden duidelijk voor ogen welke mensen ze in de polder wilden. Ze gebruikten daarvoor vragenlijsten en probeerden aan de weet te komen hoe de mensen in elkaar staken en bekeken of zij zouden passen in het nieuwe land.

Voor elk nieuw dorp moesten ze proberen mensen te vinden die mee wilden helpen aan de gemeenschapsvorming.
Bovendien moesten ze opletten of alle gezindten en ook de vrijzinnigen evenredig aan bod kwamen. Maar vakbekwaamheid en financiële draagkracht stonden voorop!

Lindenbergh geeft aan dat ze in geval van Walcheren te maken hadden met grote boeren die hun 36 ha bedrijf hadden verdeeld over drie zonen die elk 12 ha hadden en dat er landarbeiders waren die opgeklommen waren en bedrijven hadden van ca. 6 ha. Die beide groepen kregen van de Directie een klein bedrijf van 12 ha, terwijl het eigenlijk hele andere categorieën mensen waren. "Kun je begrijpen dat dat moeilijk was voor die mensen?", zegt hij tegen de interviewer. "Die arbeider die zich opgewerkt had vond dat natuurlijk prachtig, maar die van een 'grote' boer naar 12 ha was gegaan, die vond dat natuurlijk niet zo leuk. Een aantal heeft ook bedankt en zei: 'Dat doen we niet!' En dan moesten we daar weer opnieuw naartoe om weer anderen over te krijgen."

"Er hebben er overigens niet zoveel bedankt, want het waren natuurlijk mooie bedrijven in vergelijking met Walcheren; alles aaneengesloten, makkelijk te bewerken, ze hadden geen onderscheid tussen land en wei, ... hier was alles gelijk hè. Het was prachtig mooie grond, de ligging was uitstekend, goede ontwatering. Ze waren er wel van te overtuigen dat de mogelijkheden hier [in de Noordoostpolder] groter waren. Maar je zag toch een beetje die wrijving hoor."

Aan de selectiecriteria moest de Directie af en toe wel wat toegeven. "Onder de Walcherse boeren waren er de meesten die geen onderwijs genoten hadden. Er waren er maar enkele die de landbouwwinterschool hadden doorlopen. Ze hadden wel eens een cursus gedaan maar dat was het. Ze waren ook minder modern. Ze hadden niet de moderne landbouwmachines die inmiddels gebruikt werden. Wat ze wel voor hadden was dat ze ijverig waren en spaarzaam. Wat de financiën betreft was het eigenlijk een tegenstelling met de pioniers, want dat waren jonge mensen die nog moesten beginnen een vermogen op te bouwen, maar die Walcherse boeren dat waren mensen die al jaren een bedrijf hadden en een vermogen hadden."

Bron: Batavialand, Project Zeeuwse pachters in de Noordoostpolder, Interview van Dirk Jan Wolffram met A.G. Lindenbergh, 22-03-1994 te Zwolle.

Alle rechten voorbehouden