Van Ermelo naar het Flevoplein in Zeewolde

1 geïnteresseerde

Ellie Hammer-Duits vertelt:

Fotocollectie Nieuw Land, RIJP; D. Huizinga

Openbare k.b.o.-school 't Wold te Zeewolde, 1986

Alle rechten voorbehouden

Wij wilden in eerste instantie in Ermelo een huis kopen, maar wat prijs betreft was dat voor ons gewoon niet haalbaar. Er was ook geen nieuwbouw. Je moest zoveel eigen geld hebben, dat haalden we niet. Toen hebben we die advertentie gezien en daar hebben we op gereageerd. Al heel snel kregen we bericht.

We zijn wezen kijken en het leek ons wel wat. In het begin vonden we het wel eng hoor. Iedereen zei: 'Je bent hartstikke gek, daar is niks’. We hebben toch de gok gewaagd en ik heb er geen spijt van.

We wisten waar Zeewolde lag, maar daar hield het ook mee op. Een buitengebied was er. Ze lieten wel zien dat er winkels zouden komen, maar ja, in eerste instantie was er natuurlijk helemaal niks. De bedoeling was dat er bij ons aan de overkant winkels zouden komen en van Albert Heijn was toen inderdaad wel gelijk sprake.

In het begin stonden we er te kijken en toen kwamen er ook al mensen die ook hier kwamen te wonen en dat waren allemaal leuke jonge mensen eigenlijk. Dus je had echt iets van ‘dat lukt best wel, dat wordt wel wat’.

De enige informatie die we hadden was dat boekje dat we van de makelaar hebben gekregen over het huis en wat hij dan verteld heeft, verder niks. Wij vonden het eigenlijk hartstikke goed zo, want ja, je werkt allebei full time. Dus wat was je thuis, ja ’s avonds, maar dan had je eigenlijk zo veel te doen. Je bent zo druk, dus wat kan het je eigenlijk schelen dat er verder niks te doen is.

Er was in het begin eigenlijk alleen maar zand, elke kant die je opkeek was zand. En boompjes hebben ze vrij snel aangeplant. Om het een beetje wat te laten lijken natuurlijk, want het was hier ook uniek schijnt het dat het bestraat was. Het schijnt – normaal gesproken, als iets opgeleverd wordt – dat je door de modder moet, maar dat was hier ook allemaal netjes, omdat natuurlijk alles kwam kijken. We hebben nooit in de blubber gezeten, zoals je van anderen hoort.

Vooral in het begin was het natuurlijk ook heel erg leuk met de buurt. Er was heel goed contact, want ja, als je iets niet had, dan moest je toch wel automatisch naar een buurvrouw lopen van: ‘heb jij dat of dat?’ Je moest elkaar toch een beetje helpen.

In het begin kende je iedereen. Toen hebben we zelfs de eerste Oud & Nieuw samen gevierd. Toen ging die weg en die weg en dan verwatert het helemaal. Maar in het begin, als je een auto zag, dan wist je: ‘die is het’. Ja, eigenlijk kon je je hand al opsteken, want degene die er kwam kende je gewoon.

Bron: Batavialand te Lelystad, Project Oral history, de eerste bewoners van de dorpen en steden in Flevoland, Interview Ellie Hammer-Duits, 30 november 1995.

Alle rechten voorbehouden