"Wonen hier eigenlijk wel mensen?"

De vader van Aziz Manar was al voor zijn geboorte naar Europa gegaan om daar te gaan werken. In 1972 overleed zijn moeder en kreeg hij de zorg over zijn jongere broertje en zusje. Plotseling staat zijn vader voor zijn neus. Aziz Manar vertelt.

De Zuiderzeelaan in de Zuiderzeewijk, 1974

De Zuiderzeelaan in de Zuiderzeewijk, 28 maart 1974 (foto J.U. Potuyt, collectie RIJP).

Alle rechten voorbehouden

We hadden net de zomervakantie doorgebracht op de boerderij van mijn opa, ongeveer 140 kilometer van Casablanca vandaan, en we zouden de maandag daarop teruggaan naar Casablanca om naar school te gaan. We zouden niet meer naar die kostschool gaan, want mijn opa had beloofd: “Ik ga bij jullie wonen, dan kunnen jullie gewoon naar jullie eigen huis en dan hoeven jullie niet naar de kostschool.” En op een dinsdag of een woensdag stond mijn vader daar ineens! En die zegt: “We gaan naar Nederland!” Dat was in 1974. En de vrijdagavond daarop reden we hier over de dijk. Ik keek mijn broertje aan en zei: “Nou, dat valt best mee. Dat is hier nog wel behoorlijk groot!” Maar ja, dat was de straatverlichting die in Lelystad-Haven begint en dan gewoon doorloopt, hè…. Zaterdag zijn we verder niet de deur uit geweest. Zondag om een uur of tien ging ik samen met mijn broertje naar buiten. Maar ja, op de Plantage, dan is er dus op de zondagochtend om tien uur geen hond! We vroegen ons af: “Waar zijn we terecht gekomen?! Wonen hier eigenlijk wel mensen, behalve dan een paar die een hond uitlieten?”

Bron: Batavialand te Lelystad, Project Nederlanders – Wereldburgers, interview met Aziz Manar op 9 oktober 2012 te Lelystad.

Alle rechten voorbehouden