Enthousiaste experimenteerdrift in het Lelystadse onderwijs

Mevrouw Huizing-Scheffer maakte als leerkracht met haar collega’s een periode vol onderwijsexperimenten mee. ‘Wereldoriëntatie, hoe gaan we dat aanpakken?!’ Zij vertelt:

Lelystad1967.jpg

Of die experimenteerdrift goed of slecht is? Ik denk dat sommige dingen heel goed geweest zijn en sommige dingen heel slecht. Ik kan me nog herinneren van de Springplank-periode (1974 tot 1979) dat er w.o. (wereldoriëntatie) gegeven moest worden. Aardrijkskunde en geschiedenis waren oubollig en die begrippen mocht je eigenlijk niet eens noemen, dat ware vieze woorden. Maar ik zie nog leerkrachten door de school lopen van: ik moet w.o. doen, maar ik heb geen idee wat ik moet doen hoor. Dat is natuurlijk een slechte zaak. Maar ik weet wel dat de directeur van die school toen een jaar of 28 was, totaal nog niet ervaren om personeel op te vangen en te begeleiden en daar een stuk lijn in aan te brengen.

Kinderen werden wel zelfstandig gemaakt, werden wel mondig gemaakt en zo. Dat vind ik wel een heel groot pluspunt. De Springplank-periode was ook een tijd dat er geen deuren meer in de school waren: alles moest open. Dus dan moet je je voorstellen dat je een heel groot gebouw had met een toiletblok in het midden, maar alles open, echt alles open. Als afscheiding van de klassen naar de middenruimte had je een kastenwand, waar je wat planten op zette, maar als ik over de kast zag, kon ik zo bij de andere collega's naar binnen kijken. Dat was spannend en leuk, een uitdaging! Mijn collega’s vonden het ook leuk, want die mensen werden daar natuurlijk ook op aangenomen. Van TWAO-ers hadden ze toen nog nooit gehoord. We hebben wel een jaar gehad dat we vijf nieuwe collega's kregen. Ik ben die school in 1974 gestart in het wijkgebouw in de Kempenaar nog, dat houten gebouwtje. In 1979 denk ik dat er een aantal leerlingen van 260 was. Heel snel gegroeid.

Het was leuk en het was weer wat anders en in die periode dacht je echt: dit is het: kinderen leren rekening houden met elkaar. Dat was ook wel zo hoor. Dat klopt ook wel. Maar je hebt natuurlijk best momenten binnen het onderwijs dat je ook eens een keertje de deur dicht moet kunnen doen. En kinderen met concentratieproblemen hadden het daar natuurlijk heel moeilijk, want om je af te zonderen, om eens een rustig hoekje uit te zoeken. Van die studeercabines hadden we dan. Kinderen die dat wilden mochten in zo'n studeercabine zitten. Ik vond het heel leuk en ben ook blij dat ik dat meegemaakt heb. Achteraf kun je daar best wel negatieve punten over opnoemen natuurlijk. Er was wel veel enthousiasme en veel werklust en overlegsituaties en een heel jong publiek ook. Een hele jonge bezetting ook van het personeel. Ik denk dat er niemand boven de dertig was.

Bron: Batavialand te Lelystad, project Pioniers: eerste bewoners, interview met mevrouw Nel Huizing-Scheffer, 15 november 1995

Alle rechten voorbehouden