Het nieuwe Lelystad: geïsoleerd en in de rimboe?

De nieuwe stad lag in de beleving van mensen ‘ergens in de rimboe’. Voor veel mensen een fascinerend en tegelijkertijd afschrikwekkend idee. Mevrouw Schinkel-van den Berg ontving hen allemaal in de Meerkoet:

Bord Lelystad

Lelystad in aanbouw, 1967 (foto Eric Koch, Nationaal Archief/Anefo).

Lelystad was druk en kreeg meer bekendheid. Er werd een stad gebouwd, midden in de rimboe. Want dat was het eigenlijk nog: een hele rimboe. Het was allemaal riet wat je zag. En later het koolzaad. Van dat koolzaad kregen wij ontzettend veel mensen, want die koolzaadvelden waren uniek in de wereld. Dagjesmensen kwamen natuurlijk in de Meerkoet terecht. Dat mijn man wel eens zei: je zou bang worden van de mensen. Zo druk was het.

Maar wat die mensen er nou aan vonden? De huizen hier. Dat vonden ze allemaal prachtig. Want het waren allemaal grote huizen. Dan keken ze de ogen uit, want toen was de woningnood overal heel erg hoor. Ik weet wel dat de eerste kelners die wij kregen, en de eerste koks, een gat in de lucht sprongen dat ze zo'n huis kregen. Er kwamen er een paar van Amsterdam af, van vier hoog, met kleine kinderen. Die hadden in Amsterdam nooit met de kinderen naar beneden gekund. Zulk soort dingen. Die mensen keken allemaal hun ogen uit hier op die woningen en de ruimte allemaal. Ook omdat het hier zo kaal nog was. Want daar maakte mijn man zich nog een keer zo kwaad over. Toen kwamen ze van de radio interviewen, in de Meerkoet, en dan vroegen ze bijvoorbeeld: "hoe vindt u het hier in Lelystad?" En toevallig komt hij er langs, met een blad kopjes of zo, en toen hoorde hij dat ze zeiden: "ik vind er niets aan, want het is hier ene kale bedoening. Je ziet hier geen boom en geen struik, niks." Toen mijn man er de tweede keer langs kwam, zei hij: "wat wil jij nu eigenlijk? Waarom kom je hier dan? Ga dan gauw weer terug! Je kunt je toch wel voorstellen dat alles hier van de grond af opgebouwd moet worden, dat we hier niet direct grote kastanjebomen hebben." Ja, dat is toch waar?

De meeste mensen die hier kwamen wonen, wisten wel wat hen te wachten stond. Die kwamen eerst eens kijken. Hoeveel mensen hebben wij hier wel niet gehad, in het begin: "ja, wij komen hier ook te wonen. Het huis is prachtig. Maar ja... zal ik hier wel kunnen wennen?" Dan zei ik altijd: "ach, je went gauw genoeg hoor. Je moet het toch in je eigen huis eerst vinden." Met een paar jaar heb je struiken en gras.

Bron: Batavialand te Lelystad, project Pioniers: eerste bewoners, interview met mevrouw H. Schinkel-van den Berg, 15 november 1995.

Alle rechten voorbehouden