We zitten volop in de tarwe, maar toch geen eten genoeg

1 geïnteresseerde

Tijdens de oorlog had Janus van Arendonk geen gebrek geleden. Maar vlak na de oorlog kwam hij er wel mee in aanraking. In de nieuwe polder nog wel. Er moest zelfs meel geregeld worden voor de mannen.

kantoorpersoneel

Er waren toen ik in de polder kwam veel te weinig mensen. Als je dan ook leest, ik heb het toevallig gisterenavond nog opgezocht bij Henk te Raa, hoeveel duizenden er waren om onder te duiken. En die waren natuurlijk allemaal weg. Dus er was eigenlijk maar een schijntje van volk en de oogst stond voor de deur en ze hadden dus nog geluk gehad dat ze nog tarwe hadden kunnen zaaien en koolzaad. En dat moest geoogst worden. Dus ik ben eigenlijk meer door toeval bij die machines terecht gekomen.

En, dat herinner ik me nog wel van het eerste jaar, dat je toen dacht: "Verdorie nog aan toe." Je had niks geleden in de oorlog. Nou ja, je was thuis, niet op het bedrijf. En toen hadden we eigenlijk tekort. Toen hadden we eigenlijk voor de eerste keer honger’. Ja, ja. En dat toen die opzichter kwam, Meindertsma, die vroeg: "Jongens, hoe gaat het?" Ik zeg: "We zitten hier volop in de tarwe en dan vind ik het toch wel een beetje frappant dat je eigenlijk nog geen genoeg hebt." "Tja" zegt hij, "maar kunnen we niet wat kopen?" Maar kopen ging niet. Toen zei hij: "Ik weet wel wat." En hij gaf ons ’s avonds tien kilo meel mee en dat brachten wij weer naar de bakker in De Kuinder.

Bron: Landschapsbeheer Flevoland, interview met de heer Janus van Arendonk door Twan van Meijel, 25 februari 2011.

Alle rechten voorbehouden