Van hoog naar laag, van schraal naar rijk

Voor Jan Olieman een eigen kavel kreeg toegewezen, was hij landbouwkundig opzichter. Hij kent de polder door en door. Niet alleen de volgorde van de ontginning, maar ook de gewassen die na de ontginning werden ingezaaid.

Tijdelijke woning Roggebotsluis

Vanuit Roggebotsluis kom je de polder in en dan zag je dus de eerste begroeiing. Dat waren dus inderdaad bomen, struiken en ook het eerste gewas werd daar gezaaid, op zandgrond. Dat komt doordat de grond vanaf de Veluwe langzaam afloopt in de richting van de zee. En later, door het aanslibben, spoelen en bezinken van al het zand, zeeklei of rivierklei, houd je datzelfde profiel van hoog naar laag. Dus de eerste strook waar je dus in de polder komt, dat zijn de eerste landbouwgronden, vaak schrale gronden, waar de zee op gekomen is. Daar is bosbouw gekomen. En hoe verder je de polder ingaat, wordt het zand meer klei: zeeklei of rivierklei.

En daar krijg je dan ook verschil in soorten gewassen die er komen en dat is ook later ontgonnen. Dus bij Roggebot kan je al een huis en een schuur hebben van de Domeinen, terwijl het richting Dronten nog niet begaanbaar is. Daar zijn alleen maar de hoofdkanalen gegraven. En daar is dan nog een dragline bezig om de sloten te graven. En als de sloten gegraven zijn, komt er een machine die greppels maakt. En als de greppels er eenmaal zijn, dan heb je een afvoer van regenwater via de greppel, via de sloot, naar een tocht. En dan naar een bevaarbare tocht en dan komt het in een kanaal. En het kanaal gaat in de richting van een gemaal en het gemaal is dan, in dit geval, om in de buurt te blijven, gemaal Ketelhaven.

Bron: Landschapsbeheer Flevoland, interview met de heer Johannes Olieman door Carine Nieuwenhuis, 21 maart 2011.

Alle rechten voorbehouden