Je keek aan tegen een onafzienbaar gebied

Kaal en leeg, zo omschrijft Piet de Zeeuw het zicht, als je vanuit Blokzijl de polder in keek.

Het was een onafzienbaar gebied waar tegen je aan keek. Het was kaal en winderig, Ik kan me ook heel goed herinneren, het waaide altijd. Er was helemaal geen weerstand van struiken of al die dergelijke dingen meer. Als het erg droog was, kreeg je van die zandverstuivingen. Aan de kant van polder is een zanderig gebied. Nou, daar moest je wel aan wennen hoor. Vooral als je de polder in fietste van Blokzijl af, dat je een oneindig gebied in fietste. Ja, dat weet ik altijd nog wel.

Maar ja, wat me ook geweldig opviel toen ik hier kwam in Blokzijl, en ik ben ook wel in Kuinre geweest toentertijd, dat er zoveel ongelukkige mensen waren. Daar stond ik van te kijken. Dat één kreupel liep en dat er ook mensen die wat dement waren en alle dergelijke dingen meer. Dat viel mij gewoon op toentertijd. Daar had ik ook wel moeite mee hoor, moet ik wel zeggen. Ja, ik vond het… de mensen in Blokzijl zijn altijd heel aardig [geweest], ook voor de pioniers en zo. Ja, daar ben ik altijd met plezier geweest.

Bron: Landschapsbeheer Flevoland, interview met de heer Piet de Zeeuw door Hillie de Jong, 9 februari 2011.

Alle rechten voorbehouden