We zaten met de benen in het water

Slecht weer was zelden een reden om te stoppen met het werk. Pas als ‘de bal aan de grond lag’ mochten de mannen terug naar het kamp. Eén keer heeft Lucas Huizinga dat gebod genegeerd.

bal

Het hijsen van de schaftemmer of schaftbal, ca. 1944 (Batavialand, collectie J. van der Laan).

Alle rechten voorbehouden

Wij waren ongeveer een kilometer de polder in aan het greppelgraven en aan het egaliseren. En het werd dus ’s morgens puur slecht weer: harde wind en regen. En dan ging de bal halfstok en dan mocht je in de keet hè, maar eerder ook niet. Maar ja, we gingen in de keet zitten en we mochten niet eerder weggaan als de bal aan de grond lag, eerder hield het niet op. Maar we zaten wel in de keet, met een man of acht, negen in zo’n keetje. We zaten boven op mekaar, maar ja, anders zat je in de regen hè. Maar dat water kwam opzetten door die harde wind, het oppervlaktewater dat werd opgejaagd. We zaten met de benen in het water hè. Tjonge, jonge, jonge, en die bal ging maar niet zakken, die bal ging maar niet zakken. En dan mochten we niet van het werk af, want dat was een soort discipline hè. Op het laatst zeggen mijn broer en ik: ‘Het is hier toch niet te harden nee’. Hij zegt: ‘Weet je wat we doen?’ zegt ie. Hij zegt: ‘ We verdommen het, we gaan wel naar het kamp. Bal naar beneden of niet naar beneden’.

Landschapsbeheer Flevoland. Interview met de heer Lucas Huizinga door Dicky Meijer op 25 november 2010.

Alle rechten voorbehouden