Je kon van Ramspol tot Emmeloord kijken

Willem van der Sar hield van de enorme vergezichten in de drooggevallen polder. Maar soms vroeg hij zich af, als hij die vlakte zag, wat er van terecht moest komen.

pont

De pont bij Ramspol in de jaren veertig (foto Batavialand, collectie J. Pander).

Alle rechten voorbehouden

Als je daar aan de Ramspol binnenkwam, dan kon je tot Emmeloord kijken. Er stond geen boom in de weg. Vond ik mooi, heel die sfeer van de ontginning, klaar maken. En ja, later krijg je, ga je je verstand gebruiken, zou ik haast zeggen, is het gevoel weg. Maar, wanneer je kwam, er zat een toekomst in die polder en dat was bekend. Want wat hindert dat of ik van ’s ochtends tot ’s avonds werken moet en dat ik ieder keer een end moet fietsen. We waren hartstikke gezond. Als ik het over moest doen, was het anders geweest. Ik bedoel maar, ik kreeg werk. En het werk was naar mijn zin. De mensen waar ik mee omging waren ook goed. (…) (Minder mooi vond ik) de eindeloze vlakte, voor je gevoel, die op sommige plaatsen goed is, goed was, maar ook op plaatsen dat je zegt: ‘Wat mot hier nou van terecht komen’. (…)
De kwaliteit van de grond, dat kon me niks schelen. Je, je werd daar boer of niet. Je was boer en je werkte daar, en nou, dan nam je ander werk. Maar díe (zijn handen) nam ik mee. En ik was goed gewend om met de zweetlepel te werken, al deed ik het niet graag meer. Maar gewoon, ja, het mooie van de polder is de ontginning, van de mensen die daar kwamen van het oude land af.

Bron: Landschapsbeheer Flevoland. Interview met de heer W. van der Sar door Dicky Meijer op 11 januari 2012.

Alle rechten voorbehouden