Stunten met de kampkapper en de voddenboer

1 geïnteresseerde

Het kampleven in de Noordoostpolder werd regelmatig opgefleurd door wat goedgeplaatste grappen en grollen. Kampbeheerder Geerlof Appels deed er net zo hard aan mee.

Kok Frans de Graaf zingt een liedje voor kampbeheer Appels, die jarig is in kamp De Voorst. De bos bloemen kreeg de kampbeheerder van de gezinnen van de Directie die vakantie in ‘zijn’ kamp vierden (privécollectie familie Appels)

Dochter Martha: In kamp Vollenhove kwam altijd een voddenboer vragen: "Heeft u geen oud ijzer?" Papa zegt: "Wat moet ik hier met oud ijzer? Ik heb hier mannen die slapen en werken!" Mijn vader was er zo zat van. Op een keer zei hij: "Ja hoor, kom maar mee naar achter. Die heb ik." De wc-barak stond achter op het kamp. Dat waren echt poepemmers. Hij nam de man mee naar zo’n gelegenheid, tilde zo’n deksel op en zei: "Kijk maar, dat zijn bouten die bij het gat afgeknapt zijn." Haha! Die vent kwam niet meer terug.

Zoon Peter: Er was een kampkapper die tegelijk nachtwacht was. Ze hadden niet zoveel met hem op. Toen waren er een keer schilders op het kamp om de barakken te schilderen. Hij had bij die ruimte waar hij knipte een wit uithangbord: ‘Kapper’. Wat hadden ze nou gedaan? Ze hadden van de eerste ‘p’ een ‘r’ gemaakt. ‘Karper’, stond er! Ik was er niet bij, maar hij schijnt dus kwaad dat bord eraf geslagen te hebben!

Bronvermelding: Gemeente Noordoostpolder, interview met de kinderen Martha, Lien en Peter van Geerlof en Johanna Appels, 12 november 2013

Alle rechten voorbehouden