Van de ene school naar de andere in een jonge polder

Ook op het gebied van scholen was het pionieren. Jan van Roeden ging vanuit Ramspol eerst een jaar op het behoudende Kampereiland naar school en bewaart daar hele goede herinneringen aan.

Kamperweg bij Ens

Ons schooltje stond halverwege Ramspol-Kampen, bij de Heultjes. In die beginjaren moesten we elke dag heen en weer. Dat schooltje was dus halverwege Kampereiland. Het waren twee lokaaltjes die tegen een kerkje aangebouwd waren. Het was een ‘school met den bijbel’. Dan moet je je voorstellen, in die periode: wij waren niet kerks. Nou, dat was de grootste zonde die er eigenlijk was. Jongens uit Zwartemeer waren er, die waren rooms-katholiek. En als je die oude boekjes dan leest, dat was gewoon water en vuur.

Maar we hadden een meester, meester Beelen, zo’n lieve en fijne man, die stond overal boven. Of je nou geloofde of niet geloofde, of je jong, oud, rijk of arm was, het interesseerde hem niet. Wij waren mensenkinderen. En hij heeft ons zoveel waarden bijgebracht. Ik zeg nog vaak: als er een hemel is, dan heeft die man hem verdiend. Dat is een prachtman geweest, want dan kun je wel nagaan: toentertijd was het vrij orthodox hoor, dat Kampereiland. En dan kwamen daar van die wilde vogels en dat accepteerden ze maar moeilijk. Dus ik denk dat het bestuur toch wel moeilijk heeft gedaan, maar ze konden niet anders: wij moesten toch naar school. Dat jaar dat ik daar gezeten heb, heb ik het werkelijk heel fijn gehad en ik heb meester Beelen altijd als een voorbeeld gezien. Dat was een hele lieve man, die z’n tijd ver vooruit is geweest. Die had echt een oecumenische gedachte. Dat heb ik prachtig gevonden van die man.

Op een gegeven moment werd er een stenen kamp gebouwd in Ens en in dat kamp kregen wij één lokaaltje. Daar is meester Kamp begonnen met zestien kinderen. Daar zaten we met kinderen uit de buurt hè. De jongens van Van Wijngaarden uit Zwartemeer. Later kwam Toos van der Zee in de Ramspol wonen en Dikkie van den Berg. En Jan Grommers. Ik was blij dat hij hier kwam wonen, want dan konden we samen nog ‘es optrekken, maar die ging al vrij snel weg. Zijn vader was cultuuropzichter en kwam als zetbaas op een boerderij te zitten. Die jongens gingen dus allemaal in Ens naar school. Later kwamen daar de jongens van Terwischga van Scheltinga bij. En van Schokland, Fokkinga. Meester Kamp is een jaar in Ens gebleven. Toen werd er in Emmeloord een noodschooltje gebouwd en is hij daar naartoe gegaan. Toen kregen wij meester Reuvers uit Twente, een hele fijne meester was dat. Dat waren onze buren in Ramspol.

Bron: Batavialand te Lelystad, Audiovisueel Archief, interview met Jan van Roeden, 19 maart 2014.

Alle rechten voorbehouden