Op een bootje bij de Zuiderzeewerken

J. Lont viste in de jaren twintig op eendenmossels op de Zuiderzee, totdat dit werd verboden. Hij moest toen ander werk zoeken.

Onderlosser

Onderlosser bij het sluitgat bij de Middelgronden.

Alle rechten voorbehouden

Ik had een broer en die werkte in een sluisput en ze bouwden een nieuwe sluis en die was daarbij in Medemblik. Ik zei tegen mijn broer: "Als er een bootje vrijkomt, moet ik erop, want ik moet weer werk hebben." Een paar weken later komt mijn broer bij me en zegt dat er een bootje is en daar moet een man op. Dus ik naar de aannemer toe en ik kon op een sleepbootje komen. Daar heb ik jaren op gevaren. Dat vond ik prachtig mooi werk. Dan weer eens een ingenieur ophalen, dan weer eens een opzichter wegbrengen met zo'n directiebootje en ik kon goed met die kerels opschieten.

Ik ben jaren aan het peilen geweest met een peilstok. Die liet ik gewoon naast de boot zakken. En ik peilde bij de baggermolens om te zoeken naar keileem en andere soorten grond. De keileem was hard en werd met onderlossers aan de voet van de dijk gelost. Die kon je zo leeg kiepen en daar kwam bovenop weer zand en keileem. De keileem bleef niet aan de kleppen hangen, want er waren ankers. Die waren er speciaal voor gemaakt, en daar zetten kleppen aan die je zo los kon maken en dan was de onderlosser zo leeg.

Bron: R. van Loenen (red.), Zuiderzeewerken. Dl. I Noordelijke Hogeschool Leeuwarden 2005.

Alle rechten voorbehouden