"We gaan terug naar de cultuur"

In Almere ben ik geen vreemdeling.

Na 18 jaar in het Friese Engwierum te hebben gewoond, besloten kunstenaar Kees de Kloet en zijn vrouw Inkie terug te keren naar het westen van het land. Ze kozen voor Almere. Kees de Kloet vertelt waarom.

Kunstwerk van Kees de Kloet

[M]ijn werk daar [in Engwierum] was heel verstild, met veel zwart-wit en lichtgrijs. Er zat altijd wel licht in. In geblakerde klei, ceramiek. Hier [in Almere] is er kleur bij gekomen. Het is een levendige, hectische samenleving. Want het noordoosten van Friesland, dat zijn alleen maar akkers. ’s Winters zijn ze omgeploegd. Het is prachtig als het net is omgeploegd en de klei nog nat is. Daar zit heel veel licht in. Je mag hopen dat er niet alleen aardappelen en bieten groeien, maar ook graan. Dat is ook prachtig in de wind. En het water en de Waddenzee zijn ook prachtig. De ruimte en die vogels. De zwermen vogels, de ganzen.

Wij woonden in Engwierum naast de kerktoren aan de rand van het dorp. Met uitzicht over de ruimte. Vraag me niet welke ganzen het waren, maar het waren ganzen. Het waren er duizenden. De bewegingen die ze in de lucht maakten… ’s Avonds – we woonden dus naast de kerktoren en dat was blijkbaar een oriëntatiepunt voor ze – vlogen ze over ons huis. Dan zetten we de deuren naar de tuin open. Dat is schitterend. Ik kwam eens terug van de Kunst-RAI – wat is dat een kermis in Amsterdam! – en dan kom je ’s avonds om 11 uur hier weer aan. Dan kijk je naar de lucht. Het is stil, je ziet de sterren. Ik dacht: “Jeetje, dit is rijkdom.” En nu wonen we hier. In Friesland zeiden ze ook: “Oh, Almere, maar dat is iets anders.” Ze lazen waarschijnlijk alleen de slechte berichten over Almere. [...] Ik zei dan: “Ja, we gaan terug naar de cultuur.”

Friesland, daar staat echt een hek omheen. Ik verkocht mijn werk voornamelijk in Groningen en de rest van Nederland. Op een gegeven moment hadden we in Friesland ook vrienden en we verkochten daar ook wel werk. Maar het is moeilijk daar als Hollander tussen te komen. Al was ik honderdtwintig geworden, daar was ik vreemdeling gebleven. En hier ben ik geen vreemdeling.

Bron: Batavialand te Lelystad, Audiovisueel Archief, interview met Kees en Inkie de Kloet, 28 juni 2018.

Alle rechten voorbehouden