Een randmeer voor de Noordoostpolder

Het feit dat de Noordoostpolder niet door een randmeer van het oude land is gescheiden leidde daar tot "indrogende gronden" en dus tot verzakkingen. Vandaar het besluit om randmeren aan te leggen tussen Oostelijk Flevoland en Zuidelijk Flevoland en het oude land. Lange tijd waren er plannen om alsnog een randmeer aan te leggen tussen de Noordoostpolder en de Kop van Overijssel. Dick Stellingwerf vertelt:

Schadegeval indrogende gronden, Overijssel, 1953

Die oude Zuiderzeekust is natuurlijk uitermate interessant als overgangsgebied naar het oude land. De tegenstelling tussen nieuw en oud kun je overal heel goed zien. Je ziet daar ook een ontwikkeling in denken in. Daarom is het ook wel interessant om het oude land bij je doelstellingen en je programma te betrekken. Kijk alleen maar naar de Noordoostpolder; daar is destijds geen randmeer aangelegd. Daar is van geleerd door bij die andere polders wel randmeren aan te leggen.

In de tijd dat ik in de Tweede Kamer zat ben ik heel druk geweest met nader onderzoek om alsnog dat randmeer Noordoostpolder aan te leggen. Daarmee waren we een heel eind op dreef. Er was ook een meerderheid in de Kamer die een onderzoek heeft geëntameerd. Die meerderheid wilde het ook opnemen in de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening. Dat is gelukt. Minister Pronk was enthousiast over zo’n grootschalig project om een ‘weeffout te herstellen’ (zo werd het een beetje groots gebracht). Hij stond er achter en had het in zijn ontwerp voor de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening opgenomen. Maar wat gebeurt er: een dag voordat die nota in stemming zou komen, valt het kabinet-Kok over Srebrenica. Het resultaat was dat we daarna al die perikelen met de LPF hadden. VVD, CDA en LPF hadden een veel liberalere visie op die hele ruimtelijke inrichting. Daardoor is de Vijfde Nota de prullenbak in verdwenen. [...]

Ik zou het heel mooi vinden als het ooit nog eens zou kunnen. Maar goed, de realiteit is dat het heel ver weg is, en eigenlijk is het niet realistisch. Maar toen was er heel veel onderzoek, en heel veel clubs waren bereid mee te werken aan de realisatie: de ANWB, Natuur en Milieu, en Natuurmonumenten waren er erg enthousiast over. De ANWB heeft zelfs een prijsvraag gewonnen  met het plan Meervoud. Het plan kon bij wijze van spreken zo uitgevoerd worden. Maar er zat natuurlijk een prijskaartje aan. [...]

LPF, CDA en VVD zeiden op landelijk niveau:

“Daar willen we niets meer mee te maken hebben, met dat soort grote nationale projecten. Dat moet dan maar regionaal worden opgepakt.”

Toen ik hier [in Lemsterland, red.] kwam als burgemeester was in Provinciale Staten een motie aangenomen met de strekking dat men wilde kijken of het plan regionaal kon worden opgepakt. Toen is er een stuurgroep ingesteld, waarin Lemsterland, Steenwijkerland, de Noordoostpolder, en de provincie Friesland zaten. Die hebben nog heel veel nader onderzoek gedaan om te bekijken: wat kan er? Toen werd het op een gegeven moment alleen maar een vaarverbinding. Dus het werd al kleiner. Uiteindelijk is het een stille dood gestorven.

Bron: Batavialand te Lelystad, Project Genootschap Flevo, Interview met Dick Stellingwerf, 7 maart 2013.

Alle rechten voorbehouden